‘Vraag me niet wat zij van plan is,’ zei Min. ‘Siuan en zij worden door vreemde mensen bezocht en sommige mannen en zij... Nou, je zag het.’
Wat Leane van plan was, vond Elayne niet zo belangrijk. Maar nu ze met Min alleen was, wist ze niet hoe ze moest beginnen. ‘Waar ben jij mee bezig?’
‘De was,’ mompelde Min, die geërgerd haar rok optrok, ik kan je niet zeggen hoe fijn het is om Siuan eens als een muisje te zien. Ze weet niet of de adelaar haar gaat opeten of haar als troeteldiertje zal houden, maar ze heeft dezelfde keus als ieder ander. Dus geen enkele.’
Elayne moest sneller gaan lopen om haar bij te houden toen ze het stalerf overstaken. Ze had geen enkel idee wat dat alles te betekenen had. ‘Wist jij al wat Thom ging voorstellen? We blijven.’ ik heb ze gezegd dat je dat zou doen. Geen visioen.’ Min liep lang zamer tussen de stal en een ingevallen oude muur door, een schemerige steeg met stekelige struiken en vertrapt onkruid, ik weet dat jij de kans om meer te leren niet zal opgeven. Je wilde altijd graag. Nynaeve ook, al zal ze dat nooit toegeven. Ik wou dat ik het mis had. Ik zou dan met je meegaan. Tenminste als ik...’ Ze mompelde stil iets wat woest klonk. ‘Die drie die jullie hebben meegenomen, die bete kenen moeilijkheden. En dat is een visioen.’
Ze had de opening die ze nodig had. Maar in plaats van haar vraag te stellen, vroeg ze: ‘Je bedoelt Marigan, Nicola en Areina? Hoe kunnen die nu moeilijkheden geven?’ Alleen een dwaas negeerde wat Min vertelde.
‘Ik weet het niet precies. Ik heb slechts glimpjes van hun aura opgevangen en steeds vanuit mijn ooghoeken. Nooit wanneer ik ze recht aankeek, zodat ik wat kon herkennen. Weet je, er zijn niet veel mensen die voortdurend een aura om zich heen hebben. Moeilijkheden. Misschien hebben ze een lange geschiedenis. Waren jullie iets van plan wat de Aes Sedai niet mogen weten?’
‘Zeker niet,’ zei Elayne kortaf. Min keek haar van opzij aan en ze voegde eraan toe: ‘Nou ja, niets wat niet moest. Ze kunnen er trouwens nooit iets van weten.’ Dit bracht haar nergens en maakte niets helder. Ze haalde diep adem en sprong van de rots af. ‘Min, jij hebt een visioen gehad, hè? Over Rhand en mij.’ Ze was al twee stappen doorgelopen voor het tot haar doordrong dat Min was blijven staan. ‘Ja.’ Het klonk behoedzaam. ‘Jij hebt gezien dat we verliefd op elkaar werden.’
‘Niet precies. Ik zag dat jij verliefd op hem werd. Ik weet niet wat hij voor jou voelt, alleen dat hij op de een of andere manier met jou is verbonden.’
Elaynes mond verstrakte. Zoiets had ze ongeveer verwacht, maar niet willen horen. Je struikelt met ‘wens’ en ‘wil’, maar met ‘is’ loop je sneller. Dat zei Lini. Je moest handelen naar wat werkelijk was, niet naar wat je graag wilde. ‘En je hebt gezien dat er nog iemand anders is. Iemand die mij... met hem zal... delen.’
‘Twee,’ zei Min schor. ‘Twee anderen. En... ik ben er een van.’ Elayne wilde haar volgende vraag al afvuren, maar kon haar nu slechts met open mond aanstaren. ‘Jij?’ kreeg ze er eindelijk uit.
Min brieste. ‘Ja, ik! Denk je dat ik niet verliefd kan worden? Ik wil de het niet, maar het gebeurde en dat is alles.’ Ze beende langs Elayne verder de steeg door en ditmaal werd ze niet zo snel ingehaald. Het verklaarde wel enige dingen. Hoe zenuwachtig Min elk gesprek erover had ontweken. Het borduurwerk op haar borst. En mogelijk verbeeldde ze zich het, maar Min had haar wangen wat kleur gegeven. Hoe voel ik me daarover vroeg ze zich af. Ze kwam er niet uit. ‘Wie is de derde?’ vroeg ze stil.
‘Weet ik niets van,’ mompelde Min, ‘behalve dat het een opgewonden standje is. Niet Nynaeve, het Licht zij dank.’ Ze lachte zwakjes. ‘Ik denk niet dat ik zoiets zou overleven.’ Voor de tweede keer keek ze Elayne van opzij aan. ‘Wat houdt dat voor jou en mij in? Ik vind je aardig. Ik heb nooit een zus gehad, maar soms heb ik het gevoel dat jij... Ik wil je vriendin zijn, Elayne, ik zal je altijd aardig vinden, wat er ook gebeurt, maar ik kan niet ophouden met van hem te houden.’
‘Het idee dat ik een man moet delen staat mij niet zo aan,’ zei Elayne stijfjes. Dat was zwak uitgedrukt!
‘Mij evenmin. Alleen... Elayne, ik schaam me het te moeten bekennen, maar ik wil hem op elke manier dat ik hem kan krijgen. Niet dat een van ons drieën veel keus heeft. Licht, hij heeft mijn hele leven overhoop gegooid. Als ik aan hem denk, zijn mijn hersens al een chaos.’ Het klonk of Min niet wist of ze moest lachen of huilen. Elayne liet de lucht uit haar longen langzaam ontsnappen. Niet de schuld van Min. Was het beter dat het Min was dan bijvoorbeeld Berelain of iemand anders die ze niet kon uitstaan? ‘Ta’veren,’ zei ze. ‘Hij buigt de wereld om zich heen. We zijn twijgjes in een draaikolk. Maar ik herinner me dat jij, Egwene en ik zeiden dat we vriendinnen waren en dat er nooit een man tussen ons zou komen. We zullen het op de een of andere manier wel oplossen, Min. En wanneer we ontdekken wie de derde is... Nou ja, daar komen we ook wel uit. Op de een of andere manier.’ Een dérde! Kon dat Berelain zijn? O, bloed en as’.
‘Op de een of ander manier,’ antwoordde Min somber. ‘Ondertussen zitten jij en ik hier met ons been in een klem. Ik weet dat er nog een is. Ik weet dat ik er niets aan kan doen, maar ik vond het al las tig genoeg mij met jou te verzoenen en jij... Cairhiense vrouwen zijn niet allemaal als Moiraine. Ik ben in Baerlon eens een Cairhienin te gengekomen. Oppervlakkig gezien was Moiraine bij haar vergeleken net Leane, maar soms zei die Cairhienin dingen of duidde ze op iets... En haar aura’s! Ik denk dat er in de hele stad geen man veilig bij haar was, tenzij hij lelijk of lam was, of nog beter al dood.’ Elayne snoof, maar slaagde erin haar woorden luchtig te houden. ‘Maak je daarover maar geen zorgen. Wij hebben nog een zuster, jij en ik. Een die jij nog nooit hebt ontmoet. Aviendha houdt haar oog waakzaam op Rhand gericht en hij kan geen tien stappen doen of hij heeft een lijfwacht van Aielse Speervrouwen om zich heen.’ Een Cairhiense? Ze had in ieder geval Berelain ontmoet en wist iets van haar. Nee, ze ging niet de hele dag zitten broeden over een of andere stomme meid. Een volwassen vrouw pakte de wereld aan zoals die was en maakte er het beste van. Wie kon het zijn? Ze waren op een groot erf vol sintels en as gekomen. Enorme ketels, de meeste met deuken waarvan de roest was weggeschuurd, stonden langs de omringende stenen muur die was ingestort daar waar de bomen erdoorheen waren gegroeid. Ondanks de lange schaduwen over het erf stonden er nog twee ketels op het vuur te stomen. Drie Novices met kletsnatte haren van het zweet en opgebonden witte rokken waren hard aan het boenen op de wasborden in grote ketels vol sop.
Met een blik op de hemden onder Mins arm omhelsde Elayne saidar. ‘Laat me je erbij helpen.’ Geleiden om werkjes op te knappen was verboden – lichamelijk werk sterkt het karakter, werd gezegd maar dit was anders; dit telde niet. Als ze de hemden snel genoeg door het water haalde, was er geen reden om haar armen nat te maken. ‘Vertel me alles. Zijn Siuan en Leane inderdaad zo anders geworden als het lijkt? Hoe ben jij hier gekomen? Is Logain hier? En waarom was jij mannenhemden? Alles.’
Min lachte, zichtbaar blij met het andere onderwerp. Elayne geleid de Lucht om een van de kokende ketels van het vuur te tillen. Ze zag de ongelovige blikken van de Novices amper. Ze was nu zo gewend aan haar eigen kracht dat het maar zelden bij haar opkwam dat ze zonder te denken dingen deed die sommige volleerde zusters nooit zouden klaarspelen. Wie was die derde vrouw? Aviendha kon Rhand maar beter heel goed in het oog houden.
51
Nieuws bereikt Cairhien
Een sliertje blauwe rook steeg op uit de simpele korte pijp die Rhand tussen zijn tanden klemde. Hij leunde met een hand op de stenen bal konleuning en keek naar de tuin onder hem. De scherpe schaduwen werden langer; de zon vormde een rode bol die in een wolkeloze hemel onderging. Tien dagen in Cairhien en dit leek de eerste keer te zijn dat hij even rust kende en niet in slaap was. Selande stond vlak naast hem, haar bleke gezicht opgeheven om naar hem en niet naar de tuin te kijken. Haar haren waren niet zo ingewikkeld gekapt als van een vrouwe van hogere stand, maar voegden toch nog een halve voet aan haar lengte toe. Hij probeerde haar te negeren, maar dat was moeilijk, omdat de vrouw haar volle borsten tegen zijn arm bleef drukken. De bespreking had zo lang geduurd dat hij even wilde uit rusten. Hij wist dat zijn uitje naar het balkon een foute keus was toen Selande hem volgde.