‘Vind je dit grappig?’ snauwde Mart. ‘Je mag zoveel de kat spelen als je wilt, maar ik ben geen muis.’ Zijn ogen flitsten kort naar Egwene en Aviendha, die met hun armen over elkaar stonden toe te kijken en opnieuw voelde hij aan de zilveren vossenkop. Hij vroeg zich iets af. Eén geleidster kon hem niet aanraken, maar hoe zat het met drie tegelijk?
Rhand keek slechts toe. Keek toe hoe zijn vriend klaar werd gemaakt voor wat hij met hem van plan was. Draait het bij mij alleen nog maar om noodzaak?
De gedachte flitste op en was weer verdwenen. Hij zou doen wat hij moest doen.
De stem van de Aes Sedai kreeg een randje kristalheldere kilte toen ze verder sprak, bijna als een echo. ‘We doen allen wat we moeten doen, zoals het Patroon bepaalt. Sommigen krijgen minder vrijheid dan anderen. Het doet er niet toe of wij kiezen dan wel uitgekozen worden. Wat moet zijn, moet zijn.’
Mart leek in het geheel niet bang te worden. Behoedzaam, zeker, en ook kwaad, maar niet zachter gestemd. Hij had een zwerfkat kunnen zijn die door drie honden in de hoek werd gedreven. Een zwerf kat die zijn vel duur ging verkopen. Hij leek ieder ander in de kamer te hebben vergeten, afgezien van zichzelf en de drie vrouwen. ‘Jullie moeten altijd een man die kant opduwen die jullie willen, hè? Schop hem er maar heen, als hij er niet aan een neusring heen geleid wil worden. Bloedvuur, bloed en as. Kijk niet zo woest naar me, Egwene. Ik praat zoals ik zelf wil. Bloedvuur! Nu hebben we alleen nog Nynaeve nodig om aan haar vlecht te rukken en Elayne om me uit de hoogte aan te kijken. Nou ja, ik ben blij dat ze er niet is om het nieuws te horen, maar zelfs als jullie Nynaeve erbij zouden halen, dan zou ik nog niet...’
‘Welk nieuws?’ vroeg Rhand scherp. ‘Dat nieuws dat Elayne niet mag horen?’
Mart keek op naar Moiraine. ‘Bedoel je dat er iets is wat jullie nog niet hebben opgedolven?’
‘Welk nieuws, Mart?’ wilde Rhand weten.
‘Morgase is dood.’
Egwene snakte naar adem en sloeg beide handen voor haar mond, terwijl haar ogen twee grote cirkels werden. Moiraine fluisterde iets wat een wens had kunnen zijn. Asmodeans vingers op de snaren haperden geen moment.
Rhand had het gevoel of zijn maag eruit was gerukt. Elayne, vergeef me. En een zwakke veranderde echo: Ilyena, vergeef me. ‘Weet je het zeker?’
‘Zo zeker als ik zonder lijk maar kan zijn. Het schijnt dat Gaebril tot koning van Andor is benoemd. En wat dat betreft, ook van Cairhien. Men veronderstelt dat Morgase dat heeft gedaan. Met iets over tijden waarin een sterke mannenhand vereist was, of zo. Alsof ie mand sterker zou kunnen zijn dan Morgase. Maar die Andoranen diep in het zuiden van Cairhien hebben geruchten gehoord dat ze al weken niet meer is gezien. Sterker dan geruchten. Dan mogen jullie me zeggen wat dat samen oplevert. Andor heeft nog nooit een koning gehad, maar nu is er een en de koningin is verdwenen. Gaebril is de man die Elayne wilde laten vermoorden. Ik heb haar dat willen vertellen, maar jullie weten zelf ook dat ze het altijd beter weet dan een boer op klompen. Dus ik denk niet dat hij ook maar even aarzelt een koningin de keel open te snijden.’
Rhand besefte opeens dat hij in een van de stoelen tegenover Mart was gaan zitten, hoewel hij het zich niet herinnerde. Aviendha legde haar hand op zijn schouder. Haar ogen stonden bezorgd. ‘Met mij gaat het best,’ zei hij ruw. ‘Je hoeft er Somara nog niet bij te halen.’ Haar gezicht werd rood, maar hij merkte het amper. Dit zou Elayne hem nooit kunnen vergeven. Hij had geweten dat Rahvin – Gaebril – Morgase gevangenhield, maar hij had het gene geerd, omdat de Verzaker er misschien op had gerekend dat hij zou komen helpen. Hij was zijn eigen weg gegaan, had gedaan waar ze niet op rekenden. En het was geëindigd met een jacht op Couladin in plaats van wat hij had uitgedacht. Hij had het geweten en zijn aan dacht op Sammael gericht. Omdat de man hem uitdaagde. Morgase had moeten wachten omdat hij eerst Sammaels valstrik, met Sammael erin, ging vernietigen. En dus was Morgase dood. Elaynes moe der was dood. Elayne zou hem tot haar sterfbed vervloeken. ‘Maar laat ik je één ding zeggen,’ vervolgde Mart. ‘Daarginds zitten een heleboel mannen van de koningin die het vechten voor een koning niet zo zien zitten. Zorg ervoor dat je Elayne vindt en de helft van die mannen zal zich om je heen scharen om haar op...’
‘Hou je bek!’ grauwde Rhand. Hij trilde zo van woede dat Egwene een stap naar achter deed en zelfs Moiraine hem behoedzaam op nam. Aviendha klemde haar hand nog steviger om zijn schouder, maar hij schudde die af toen hij opstond. Morgase was dood door dat hij niets had gedaan. Dat mes had net zo goed in zijn hand gelegen als in die van Rahvin. Elayne. ‘Ze zal worden gewroken. Rahvin, Mart. Niet Gaebril. Rahvin. Ik breng hem om, al is dat het laatste dat ik doe.’
‘O, bloedvuur, o, bloed en as!’ kreunde Mart. ‘Dit is waanzin.’ Egwene kromp in elkaar alsof ze besefte wat ze had gezegd, maar ze behield haar ferme kalmte. ‘Je hebt nog steeds je handen vol aan Cairhien. Om de Shaido in het noorden maar niet te noemen en dan nog de plannen die je in Tyr hebt. Ben je van plan nog een oorlog te beginnen, terwijl je er al twee op je bord hebt en bovendien een volkomen verwoest land?’
‘Geen oorlog. Ikzelf. Ik kan binnen een uur in Caemlin zijn. Een in val – goed, Mart? – een inval, geen oorlog. Ik scheur Rahvin het hart uit zijn lijf!’ De woorden klonken als mokerslagen. Hij had het gevoel of er zuur door zijn aderen stroomde, ik zou bijna wensen dat ik die derden zusters van Elaida mee kon nemen om hem te smoren en voor het gerecht te slepen. Veroordeeld en opgehangen voor moord. Dat zou gerechtigheid betekenen. Maar hij zal moeten ster ven op mijn manier.’
‘Morgen,’ zei Moiraine zacht.
Rhand keek haar woest aan. Maar ze had gelijk. Morgen zou beter zijn. Een nacht om zijn razernij af te laten koelen. Hij moest kalm zijn als hij tegenover Rahvin stond. Op dit moment wilde hij saidin aangrijpen en verwoestend om zich heen slaan. Asmodeans muziek was weer veranderd in een wijsje dat de straatmuzikanten tijdens de burgeroorlogen in de straten hadden gespeeld. Je kon het af en toe nog horen wanneer een Cairhiense edelman langskwam.
De dwaas die een koning meende te zijn. ‘Donder op, Natael! Donder op!’
Asmodean richtte zich lenig op, boog, maar zijn gezicht was sneeuw wit en hij liep snel de kamer door, alsof hij niet zeker wist wat er het volgende moment kon gebeuren. Hij prikkelde altijd wel iets, maar misschien had hij ditmaal te fel geprikt. Toen hij de deur opende, zei Rhand: ‘Vanavond wil ik je zien. Anders je lijk.’ Ditmaal was Asmodeans buiging niet zo sierlijk. ‘Zoals mijn Heer Draak beveelt,’ zei hij schor en hij trok haastig de deur achter zich dicht.
De drie vrouwen keken Rhand aan, uitdrukkingsloos, zonder met hun ogen te knipperen.
‘Jullie kunnen ook vertrekken.’
Mart sprong bijna op de deur af. ‘Jij niet. Ik heb je nog van alles te vertellen.’
Mart bleef doodstil staan, zuchtte luid en speelde met zijn zegel. Hij was de enige die in beweging was gekomen.
‘Je hebt geen dertien Aes Sedai,’ zei Aviendha. ‘Twee heb je er wel. En mij. Ik weet misschien niet zoveel als Moiraine Sedai, maar ik ben even sterk als Egwene en niet onbekend met de dans van de speren.’
‘Rahvin is voor mij,’ vertelde hij haar kalm. Misschien kon Elayne hem een beetje vergeven als hij nu wraak nam voor haar moeder. Waarschijnlijk niet, maar dan kon hij wellicht zichzelf vergeven. Een beetje. Hij dwong zich zijn handen te ontspannen en ze niet tot vuisten te ballen.
‘Ga je een streep op de grond trekken waar hij overheen moet stappen?’ vroeg Egwene. ‘Ruzie zoeken? Heb je weleens overwogen dat Rahvin daar niet alleen is, als hij zich nu koning van Andor noemt? Het helpt je niet veel als je voor hem staat met een pijl van een lijf wacht in je hart.’
Hij kon zich herinneren dat hij ooit had gewild dat ze niet meer tegen hem zou schreeuwen, maar het was toen wel veel gemakkelijker geweest. ‘Dacht je dat ik van plan was alleen te gaan?’ Dat had hij inderdaad gedacht; geen enkele keer had hij bedacht dat iemand hem in de rug moest beschermen, hoewel hij nu een zacht gefluister meen de te horen: Hij valt graag van achter aan, of van opzij.