Выбрать главу

Hij kon niet meer helder denken. Zijn boosheid leek een eigen leven te leiden en de vuren op te stoken die hem laaiend maakten. ‘Maar jij niet. Dit is te gevaarlijk. Moiraine kan mee, als ze dat wil.’ Egwene en Aviendha keken elkaar niet aan voor ze naar hem toe stapten, maar ze bewogen als één en bleven pas staan toen ze zo dicht bij hem waren dat zelfs Aviendha naar hem op moest kijken. ‘Moiraine kan mee als ze dat wil,’ zei Egwene. Als haar stem zo glad als ijs klonk, dan was die van Aviendha gesmolten rots. ‘Maar voor ons is het te gevaarlijk.’

‘Ben je opeens mijn vader? Ben jij Bran Alveren?’

‘Als je drie speren hebt, leg je er dan twee opzij omdat ze nieuwer zijn?’

‘Ik wil niet dat jullie gevaar lopen,’ zei hij stijfjes. Egwenes wenkbrauwen vormden hoge bogen. ‘O?’ Dat was alles, ik ben geen gai’shain voor jou.’ Aviendha ontblootte haar tanden. ‘Jij zult nooit mijn gevaren kunnen kiezen, Rhand Altor. Nooit. Luis ter goed naar me.’

Hij kon... Wat? Ze in saidin wikkelen en hier achterlaten? Hij kon ze nog steeds niet afschermen, dus konden zij op hun beurt hem vast binden. Een mooie troep, alleen doordat hij zo koppig wilde zijn. ‘Je hebt dan wel aan soldaten gedacht,’ merkte Moiraine op, ‘maar wat doe je als Semirhage of Graendal bij hem is? Of Lanfir? Deze twee hier kunnen een van hen overweldigen, maar kun jij in je eentje tegen een geleidster én Rahvin op?’

Er had iets in haar stem geklonken toen ze Lanfir had genoemd. Was ze bang dat als Lanfir daar was, hij zich eindelijk bij haar aan zou sluiten? Wat zou hij doen als ze er was? Wat kon hij doen? ‘Ze kunnen mee,’ zei hij met opeengeklemde tanden. ‘Willen jullie nu vertrekken?’

‘Zoals je beveelt,’ zei Moiraine, maar ze hadden absoluut geen haast. Aviendha en Egwene schikten nadrukkelijk en zorgvuldig hun sjaals goed, voor ze naar de deur stapten. Hoogheren en -vrouwen renden na een woord van hem weg, maar zij nooit.

‘Je hebt niet geprobeerd mij van het plan af te brengen,’ zei hij op eens.

Hij had het tegen Moiraine, maar Egwene gaf als eerste antwoord, al was het met een glimlach tegen Aviendha. ‘Als je een man tegen houdt in iets dat hij wil, is het net of je een kind zijn snoepje afpakt. Soms moet je dat wel doen, maar soms is het alle ellende niet waard.’ Aviendha knikte.

‘Het Rad weeft wat het Rad wil,’ was Moiraines antwoord. Ze stond in de deuropening en zag er meer als een Aes Sedai uit dan ooit, leef tijdloos, met haar donkere ogen die hem leken te verzwelgen, tenger en slank, maar zo koninklijk dat ze een kamer vol koninginnen haar wil had kunnen opleggen, al had ze geen vonkje kunnen geleiden. De blauwe steen op haar voorhoofd leek het licht weer op te vangen. ‘Je zult het goed doen, Rhand.’

Hij bleef naar de deur staren, lang nadat die was dichtgevallen. Het geschuifel van laarzen herinnerde hem weer aan Marts aanwezigheid. Die probeerde naar de deur te sluipen, heel langzaam om niet gezien te worden, ik moet met je praten, Mart.’

Mart grijnsde, raakte het vossenzegel aan alsof dat hem beschermde en draaide zich om naar Rhand. ‘Als jij denkt dat ik mijn kop op het blok ga leggen omdat die stomme vrouwen dat doen, dan kun je dat nu vergeten. Ik ben geen bloedheld en ik wil er geen zijn. Morgase is een aardige vrouw – ik mag haar ook wel, als je dat van een koningin kunt zeggen – maar Rahvin is Rahvin, bloedvuur, en ik...’

‘Hou je mond en luister. Je moet eens ophouden met weg te hollen.’

‘Bloed en as, nooit van m’n leven. Ik heb dit spelletje niet gekozen en ik ga niet...’

‘Ik zei: hou je mond!’ Rhand duwde met een vinger de vossenkop hard tegen Marts borst, ik weet waar je dit hebt gekregen. Ik was erbij, weet je nog? Ik heb het touw doorgesneden waar je aan hing. Ik weet niet precies wat ze in je hoofd hebben gepropt, maar wat het ook is: ik heb het nodig. De stamhoofden kennen de krijgskunst, maar jij kent die ook en misschien nog wel beter. Dat heb ik nodig! Dus ga ik je vertellen wat jij gaat doen, jij en de Bond van de Rode Hand...’

‘Wees morgen voorzichtig,’ zei Moiraine.

Egwene bleef bij de deur van haar kamer staan. ‘Natuurlijk zullen we voorzichtig zijn.’ Haar maag speelde verschrikkelijk op, maar het luk te haar haar stem te beheersen. ‘We weten dat Verzakers gevaarlijke tegenstanders zijn.’ Afgaand op Aviendha’s gezicht spraken ze over wat ze te eten zouden krijgen. Maar ja, die was nergens bang voor. ‘Zo, weet je dat,’ mompelde Moiraine. ‘Wees toch heel voorzichtig, of je nu denkt dat er een Verzaker nabij is of niet. Rhand zal jullie beiden in de komende dagen nodig hebben. Jullie pakken zijn luimen goed aan, hoewel ik kan zeggen dat jullie aanpak ongewoon is. Hij heeft mensen nodig die niet worden verjaagd of gekweld door zijn buien van woede en die hem vertellen wat hij móét horen en niet wat hij graag wil horen.’

‘Jij doet dat toch, Moiraine,’ zei Egwene.

‘Natuurlijk, maar jullie heeft hij ook nodig. Slaap goed. Morgen wordt voor ons allemaal erg... moeilijk.’ Ze gleed door de gang weg, liep van de schemer in de lichtkring van een lamp en weer de schemer in. De nacht viel in over de heuvels en de beschaduwde dalen en er was gebrek aan olie.

‘Wil je een poosje bij me blijven, Aviendha?’ vroeg Egwene. ‘Ik heb meer zin om te praten dan om te eten.’

‘Ik moet Amys vertellen wat ik voor morgen heb beloofd. En ik moet in Rhand Altors slaapkamer zijn wanneer hij komt.’

‘Elayne kan nooit klagen dat je Rhand voor haar niet van zeer nabij in de gaten hebt gehouden. Heb je echt vrouwe Berewin aan haar haren door de gang meegesleept?’

Aviendha’s wangen kleurden zich. ‘Denk je dat die Aes Sedai in... Salidar hem zullen helpen?’

‘Pas daarmee op, Aviendha. Rhand mag ze niet zonder voorberei ding daar aantreffen.’ Zoals hij zich nu gedroeg, zouden ze hem eerder stillen of zelf ook dertien zusters uitzenden, dan hem helpen. Ze zou in Tel’aran’rhiod tussen hen in moeten gaan staan, samen met Nynaeve en Elayne, en hopen dat deze Aes Sedai zich al te sterk met hem hadden verbonden om zich nog terug te trekken, voor ze ontdekten hoezeer hij op het randje van de afgrond stond, ik zal voorzichtig zijn. Rust goed uit. En eet goed vanavond. Eet morgenochtend niets. Het is niet prettig om met een volle maag met de speren te dansen.’

Egwene keek haar na terwijl ze wegbeende en drukte toen pas haar handen tegen haar buik. Ze dacht niet dat ze die avond of morgen ochtend zou eten. Rahvin. En misschien Lanfir of een van de anderen. Nynaeve had Moghedien bestreden en gewonnen. Maar Nynaeve was sterker dan Aviendha of zij, wanneer ze tenminste kon geleiden. Misschien was er wel niemand anders. Rhand zei dat de Verzakers elkaar niet vertrouwden. Ze wenste bijna dat hij ongelijk had, of er op z’n minst niet zo zeker van was. Het maakte haar bang wanneer ze dacht een andere man door zijn ogen te zien kijken of de woorden van een ander uit zijn mond te horen. Het zou zo niet mogen zijn; iedereen werd herboren tijdens de wenteling van het Rad. Maar iedereen was niet de Herrezen Draak. Moiraine wilde er niet over praten. Wat zou Rhand doen als Lanfir er was? Lanfir had van Lews Therin Telamon gehouden, maar wat waren de gevoelens van de Draak voor haar geweest? Hoeveel van Rhand was nog Rhand? ‘Op deze manier blaas je je nog op in bellen,’ vermaande ze zichzelf streng. ‘Je bent geen kind meer. Gedraag je als een vrouw.’ Toen een dienstmeid haar eten bracht, dwong ze zich de snaapbonen, aardappelen en verse broodjes te eten. Het smaakte naar as.

Mart beende de vaag verlichte gangen van het paleis door en gooi de de deur open van de vertrekken die waren toegewezen aan de jon geheld uit de strijd tegen de Shaido. Niet dat hij er veel tijd had doorgebracht; hij was er eigenlijk nooit. Dienaren hadden twee van de grote staande lampen aangestoken. Held! Hij was geen held! Wat kreeg een held? Een klopje op het hoofd van een Aes Sedai, voor ze je als een hondje erop uitstuurde om hetzelfde te doen. Een zoen van een edelvrouw, die je daarmee neerbuigend een gunst verleende. Of wat bloemen op je graf legde. Hij ijsbeerde door zijn voorkamer en had ditmaal geen enkele waardering voor het gebloemde Illiaanse tapijt of de stoelen, kisten en tafels die verguld waren en ingelegd met ivoor.