Выбрать главу

Toen ze zich omdraaide, zag ze dat Elayne de emmer, die gewoon lijk onder de wagen hing, had gevuld en er nu naast knielde om haar gezicht en haar handen te wassen, met een handdoek om haar schouders om de jurk droog te houden. Dat wilde ze zelf ook graag doen. In deze hitte was het plezierig om je te kunnen wassen met koel water uit een bergstroom. Er was vaak geen ander water voorhanden dan wat er in de tonnen zat die aan de wagen waren vastgebonden, en dat gebruikten ze liever om te drinken en te koken dan om te wassen.

Juilin zat met zijn rug tegen een van de wagenwielen, zijn duimdikke staf van geribbeld hout naast hem. Zijn hoofd hing voorover en de dwaze hoed viel bijna over zijn ogen, maar ze wilde er niet om wedden dat de man op deze tijd van de ochtend zou slapen. Er waren dingen die hij en Thom niet wisten, dingen die ze beter ook maar niet te weten konden komen.

Het dikke tapijt van dode zuurgombladeren ritselde toen ze naast Elayne ging zitten. ‘Denk je dat Tanchico echt gevallen is?’ Elayne wreef met een in zeep gedrenkte doek over haar gezicht en gaf geen antwoord. Ze probeerde het opnieuw, ik denk dat wij die “Aes Sedai” waren waarover de Witmantels spraken.’

‘Misschien.’ Elaynes stem was koel, een uitspraak vanaf de troon. Haar ogen leken blauw ijs. Ze keek Nynaeve niet aan. ‘En misschien werden de verslagen over onze daden verward met andere geruchten. Tarabon kan best een nieuwe koning hebben, en een nieuwe pan arch.’

Nynaeve hield haar humeur in bedwang en haar handen bij haar vlecht vandaan. Ze sloeg ze in plaats daarvan om haar knieën. Je probeert haar op haar gemak te stellen. Kijk uit wat je zegt.

‘Amathera was lastig, maar ik wens haar geen kwaad toe. En jij?’

‘Een aardige vrouw,’ zei Juilin, ‘vooral in zo’n Taraboons diensters kleed, met een aardige glimlach. Ik dacht dat ze...’ Hij zag Nynaeve en Elayne naar hem kijken, trok vlug zijn hoed weer naar beneden en deed of hij sliep. Zij en Elayne knipoogden elkaar toe, en ze wist dat de ander hetzelfde dacht als zij. Mannen.

‘Wat er ook gebeurd is met Amathera, Nynaeve, we hebben haar nu achter ons gelaten.’ Elayne klonk weer gewoon. Haar wasdoek bewoog langzamer. ‘Ik wens haar het beste toe, maar ik hoop vooral dat de Zwarte Ajah niet achter ons aan zit. Ons volgt, bedoel ik.’ Juilin bewoog zich ongemakkelijk, zonder zijn hoofd op te heffen. Hij voelde zich nog steeds onbehaaglijk nu hij wist dat Zwarte Aes Sedai echt bestonden en niet zomaar een verhaaltje van de straat waren. Hij zou blij moeten zijn dat hij niet weet wat wij weten.

Nynaeve moest toegeven dat die gedachte niet helemaal vanzelfsprekend was, maar als hij wist dat de Verzakers vrij waren, zou hij het op een lopen zetten, ondanks Rhands dwaze bevel om voor haar en Elayne te zorgen. Maar hij had zijn nut. Soms. Thom ook. Het was Moiraine geweest die Thom met hen had meegestuurd, en de man wist, voor een gewone speelman, behoorlijk veel van de wereld. ‘Als ze ons waren gevolgd, hadden ze ons nu al ingehaald.’ Dat was zeker waar, vooral als ze aan de langzame, hotsende gang van de wagen dacht. ‘Met wat geluk weten ze nog steeds niet wie we zijn.’ Elayne knikte, grimmig, maar weer haar oude zelf, en begon haar gezicht af te spoelen. Ze kon bijna net zo vastberaden zijn als een vrouw uit Emondsveld. ‘Liandrin en de meeste van haar handlang sters zijn beslist uit Tanchico ontsnapt. Misschien allemaal wel. En we weten nog steeds niet wie in de Toren de bevelen aan de Zwarte Ajah geeft. Zoals Rhand zou zeggen: we moeten het nog steeds doen, Nynaeve.’

Ondanks zichzelf kromp Nynaeve in elkaar. Het was waar, ze hadden een lijst van elf namen, maar als ze eenmaal in de Toren terug waren, kon bijna elke Aes Sedai die ze tegenkwamen van de Zwarte Ajah zijn. Of elke vrouw die ze onderweg tegenkwamen. Wat dat aanging, iedereen die ze ontmoetten kón een Duistervriend zijn, maar dat was niet echt hetzelfde, bij lange na niet.

‘Het is niet alleen de Zwarte Ajah,’ ging Elayne door, ‘ik maak me meer bezorgd over Mo...’ Nynaeve legde snel een hand op haar arm en gaf een onmerkbaar knikje richting Juilin. Elayne kuchte en ging door, alsof het kuchje haar had doen stoppen met praten. ‘Over moeder. Ze heeft geen reden om je aardig te vinden, Nynaeve. Eerder het omgekeerde.’

‘Ze is hier ver vandaan.’ Nynaeve was blij dat haar stem vast klonk. Ze hadden het niet over Elaynes moeder, maar over de Verzaker die ze verslagen had. Een deel van haar hoopte vurig dat Moghedien in derdaad ver weg was. Heel ver weg. ‘Maar als ze dat niet is?’

‘Dat is ze wél,’ zei Nynaeve beslist, maar ze trok toch verontrust haar schouders op. Iets in haar herinnerde zich nog steeds de vernederingen die ze door Moghedien had ondergaan. Dat deel in haar ver langde niets minder dan de vrouw opnieuw het hoofd te bieden, haar opnieuw te verslaan, en deze keer voorgoed. Maar als Moghedien haar zou verrassen en op haar af zou komen als ze niet kwaad genoeg was om te geleiden? Dat gold natuurlijk voor iedere andere Ver zaker, voor iedere andere Zwarte zuster, maar na haar nederlaag in Tanchico had Moghedien reden haar persoonlijk te haten. Het was niet echt plezierig om te weten dat een Verzaker je naam kende en zeer zeker je hoofd wilde hebben. Dat is doodgewone lafheid, zei ze scherp tegen zichzelf. Je bent geen lafaard en je zult geen lafaard zijn! Het maakte geen einde aan de jeuk tussen haar schouderbladen, die ze elke keer kreeg als Moghedien in haar gedachten kwam, alsof de vrouw haar in de rug staarde.

‘Ik geloof dat het speuren naar struikrovers me zenuwachtig heeft gemaakt,’ zei Elayne terloops, en depte haar gezicht met de hand doek. ‘Want de laatste tijd heb ik soms het gevoel dat iemand me gadeslaat wanneer ik droom.’

Nynaeve schrok op bij wat een weerklank scheen te zijn van haar eigen gedachten, maar toen besefte ze dat Elayne het woord ‘droom’ enigszins benadrukt had. Niet zomaar een droom maar Tel’aran’rhiod. Nog iets waar de mannen niets van wisten. Ze had vaak het zelfde gevoel gehad, maar in de Wereld der Dromen kwam dat gevoel van onzichtbare ogen vaak voor. Dat kon onbehaaglijk zijn, maar ze hadden het daar al eerder over gehad. Ze hield haar stem licht. ‘Nou, jouw moeder komt niet in onze dromen voor,. Elayne, anders zou ze ons allebei bij de lurven pakken.’ Moghedien zou hen waarschijnlijk martelen tot ze om hun dood zouden smeken. Of ze zou een kring vandertien Zwarte zusters en der tien Myrddraal samenstellen; zo konden ze je tegen je wil tot de Scha duw keren, je aan de Duistere binden. Misschien kon Moghedien het wel in haar eentje... Doe niet zo belachelijk, vrouw! Als ze dat kon, zou ze het gedaan hebben. Je hebt haar verslagen, weet je nog’