Выбрать главу

De naaister sloeg haar slechts doordringend gade. ‘Ik zei,’ begon Nynaeve, maar plotseling voelde haar hoofd te zwaar voor haar nek. Ze zag dat Elaynes hoofd met gesloten ogen op de tafel was gezakt en dat haar armen slap naast haar lichaam hingen. Nynaeve staarde vol afgrijzen naar het kopje in haar handen. ‘Wat heb je ons gegeven?’ zei ze met een dikke stem; die muntsmaak was er nog steeds, maar haar tong voelde gezwollen aan. ‘Zeg het me!’ Ze liet het kopje vallen en duwde zichzelf met knikkende knieën op van de tafel. ‘Het Licht verslinde je, wat?’

Vrouw Macura schoof krassend haar stoel naar achteren en stapte buiten haar bereik. Haar zenuwachtigheid van zonet was veranderd in kalme voldoening.

Het zwart rolde over Nynaeve heen. Het laatste dat ze hoorde was de stem van de naaister: ‘Vang haar op, Lusi.’

10

Vijgen en muizen

Elayne merkte dat ze aan haar schouders en enkels naar boven werd gedragen. Haar ogen gingen open en konden zien, maar de rest van haar lichaam had net zo goed van iemand anders kunnen zijn, zo weinig beheersing had ze erover. Zelfs haar oogleden knipperden langzaam. Haar hoofd leek volgepropt met veren. ‘Ze is wakker, vrouw Macura!’ riep Lusi met schrille stem, en ze liet bijna Elaynes voeten los. ‘Ze kijkt me aan!’

‘Ik heb je gezegd dat je niet bang hoeft te zijn!’ De stem van vrouw Macura kwam boven haar hoofd vandaan. ‘Ze kan niet geleiden, of zelfs maar een spier bewegen, niet met dolkwortelthee in haar lijf. Ik heb dat middel per ongeluk ontdekt, maar komt ons zeker goed van pas.’

Het was waar. Elayne hing slap als een ledenpop waaruit de helft van de vulling verdwenen is, en haar billen stootten tegen de trap treden. Ze kon net zomin hardlopen als geleiden. Ze kon de Ware Bron voelen, maar een poging om die te omhelzen leek op het met ijskoude, gevoelloze vingers oppakken van een naald die op een spie gel lag. Radeloosheid welde in haar op en een traan gleed langs haar wang.

Misschien wilden deze vrouwen haar overdragen aan de Witmantels om terechtgesteld te worden, maar ze kon niet geloven dat de Wit mantels vrouwen gebruikten om een val uit te zetten in de hoop dat er ooit een Aes Sedai in zou lopen. Dan bleven de Duistervrienden over, die behalve de Gele Ajah zeker de Zwarte Ajah dienden. Ze zou vast en zeker aan de Zwarte Ajah worden uitgeleverd, tenzij Nynaeve ontsnapt was. Maar als zijzelf wilde ontsnappen, kon ze op niemand anders rekenen. En ze kon bewegen noch geleiden. Plotseling besefte ze dat ze probeerde te schreeuwen, maar het enige geluid dat uit haar mond kwam, was een mager, rochelend gepiep. Het kostte al haar resterende kracht om ermee op te houden. Nynaeve wist alles over kruiden, dat zei ze tenminste. Waarom had ze dan niet gezien wat voor thee het was? Hou op met dat gejammer!

Het stemmetje in haar achterhoofd leek merkwaardig veel op dat van Lini. Een speenvarken dat onder een hek krijst, trekt de aandacht van de vos, terwijl het moet proberen weg te komen. Wanhopig probeerde ze iets heel eenvoudigs: het putten van saidar. Dat was eenvoudig; ze had nu net zo goed kunnen trachten om naar saidin te reiken. Maar ze bleef het proberen; het was het enige dat ze kon doen.

Vrouw Macura leek zich nergens zorgen om te maken. Zodra ze Elayne op een smal bed hadden gegooid in een kleine, afgesloten kamer met een enkel raam, duwde ze zonder om te kijken Lusi meteen weer naar buiten. Elaynes hoofd was opzij gevallen en ze kon nog een klein bed zien, en een ladenkast met vlekkerige koperen handgrepen. Ze kon haar ogen bewegen, maar haar hoofd verplaatsen was on mogelijk.

Even later kwamen de twee vrouwen kreunend terug met Nynaeve tussen hen in. Ze tilden haar op het andere bed. Haar gezicht was slap en glinsterde van tranen, maar haar donkere ogen... Die waren vervuld van woede, maar ook van angst. Elayne hoopte dat de woede de bovenhand had; als Nynaeve kón geleiden, was ze sterker dan zij. Misschien lukte het Nynaeve waar zij keer op keer jammerlijk faalde. Het moesten tranen van woede zijn.

Vrouw Macura zei het meisje in de kamer te blijven en verdween weer gehaast. Deze keer kwam ze terug met een dienblad dat ze op de ladenkast zette. De gele theepot stond erop, en een kop, een trechter en een grote zandloper. ‘Let op, Lusi, als die zandloper leeg is, giet je meteen een paar volle koppen in ieder van hen. Meteen!’

‘Waarom geven we het niet nu, vrouw Macura?’ jammerde het meisje in haar handen wringend, ik wil dat ze weer gaan slapen. Ik vind het griezelig als ze naar me kijken.’

‘Dan zouden ze slapen als de doden, meisje. Op deze manier blijven ze net voldoende wakker om te kunnen lopen als wij dat willen. Ik zal ze wat meer geven wanneer het tijd is om ze weg te brengen. Dat zal hoofdpijn en maagkrampen opleveren, maar niet meer dan ze ver dienen, denk ik.’

‘Maar stel dat ze kunnen geleiden, vrouw Macura. Als ze dat doen, wat dan? Ze kijken naar me!’

‘Hou op met dat gemekker, meisje,’ zei de oudere vrouw streng. ‘Als ze dat konden, hadden ze het toch allang gedaan? Ze zijn zo hulpeloos als katjes in een meelzak. En dat blijven ze, zolang jij ze maar de goede hoeveelheid geeft. Nou, je doet wat ik je gezegd heb, begrepen? Ik moet de ouwe Avi gaan vertellen dat hij een van zijn duiven los moet laten en ik moet wat dingen regelen, maar ik ben zo snel mogelijk terug. Je kunt maar beter nog een pot dolkwortel zet ten, voor het geval dat. Ik ga er achter uit. Sluit de winkel. Iemand zou naar binnen kunnen banjeren, en dat mag niet.’ Nadat vrouw Macura weggegaan was, bleef Lusi hen een tijdje staan aanstaren, nog steeds in haar handen wringend. Uiteindelijk fladderde ze de kamer uit en op de trap stierf haar gesnuif weg. Elayne kon de zweetdruppels op Nynaeves wenkbrauwen zien; ze hoopte dat het niet door warmte kwam. Probeer het, Nynaeve. Op nieuw reikte ze zelf naar de Ware Bron, moeizaam tastend door de plukken wol waarmee haar hoofd leek te zijn volgepropt. Ze faalde, probeerde het opnieuw en faalde. Probeerde het... O Licht, probeer het, Nynaeve! Probeer het!

Ze zag alleen de zandloper en kon nergens anders naar kijken. Het zand stroomde omlaag en elke korrel telde haar mislukkingen. De laatste korrel viel. Lusi was nog niet terug. Met nog meer inspanning probeerde Elayne iets te bewegen. En na een tijdje trilden de vingers van haar linkerhand. Ja! Nog even en ze kon haar hand optillen, slechts een heel klein stukje, toen viel hij weer terug. Maar hij was omhooggegaan. Met de grootste moeite kon ze haar hoofd omdraaien.

‘Vecht ertegen,’ mompelde Nynaeve met dikke stem, nauwelijks verstaanbaar. Haar handen grepen de sprei onder haar stevig vast; ze leek te trachten te gaan zitten. Haar hoofd kwam niet eens omhoog, maar ze probeerde het.

‘Dat doe ik,’ wilde Elayne zeggen; in haar oren klonk het meer als gegrom. Langzaam slaagde ze erin haar hand zo ver op te tillen dat ze hem kon zien, en hem daar te houden. Een zegevierende huivering trilde door haar heen. Blijf bang voor ons, Lusi. Blijf nog een tijdje beneden in de keuken, en... De deur sloeg open en teleurgestelde snikken deden haar lichaam schokken toen Lusi naar binnen stormde. Ze was zo dichtbij geweest. Het meisje wierp hen één blik toe en stoof toen met een kreet van pure angst naar de ladenkast.

Elayne trachtte tegen te stribbelen, maar de magere Lusi sloeg haar maaiende handen gemakkelijk weg en dwong de trechter al even gemakkelijk tussen haar tanden. Het meisje hijgde alsof ze hard had gelopen. Koude, bittere thee vulde Elaynes mond. Ze keek naar het meisje met een angst die ze in Lusi’s gezicht weerspiegeld zag. Maar Lusi hield Elaynes mond gesloten en streek ondanks haar angst met grimmige beslistheid over haar keel, tot ze moest slikken. Terwijl de duisternis op Elayne neerviel, hoorde ze borrelende protesten uit Nynaeves richting komen.

Toen haar ogen weer opengingen, was Lusi weg en liep het zand op nieuw door de loper. Nynaeves donkere ogen puilden uit, maar Elayne kon niet zeggen of het van angst of woede was. Nee, Nynaeve zou het niet opgeven. Dat was een van de dingen die ze zo in haar bewonderde. Nynaeves hoofd kon op een beulsblok liggen, ze zou niet opgeven. Onze hoofden liggen op het blok! Ze schaamde zich dat ze zoveel zwakker was dan Nynaeve. Zij werd geacht op een dag koningin van Andor te zijn, en ze wilde gillen van angst. Ze deed het niet, zelfs niet inwendig – hardnekkig probeerde ze weer haar armen te bewegen om saidar te omhelzen – maar ze wilde het uitschreeuwen. Hoe kon ze ooit koningin zijn als ze zo zwak was? Nog eens reikte ze naar de Bron. Nog eens. En weer. Vechtend tegen de zandkorrels. Nog eens.