Выбрать главу

‘Ik heb een bevel gezien om jou gevangen te nemen, Moiraine, getekend door Elaida als de Amyrlin. Het was geen gewone droom.’ Al lemaal waar, maar niet de gehele waarheid. Ze was opeens blij dat Nynaeve niet hier was. Anders had ik nu naar de beker staan staren.

‘Het Rad weeft wat het Rad wil. Misschien doet het er niet zoveel meer toe, indien Rhand de Aiel over de Rug van de Wereld voert. Ik betwijfel of Elaida heersers heeft benaderd, zelfs als ze weet dat Siuan dat heeft gedaan.’

‘Is dat alles wat je kunt zeggen? Ik dacht dat Siuan vroeger je vriendin was, Moiraine. Ben je niet verdrietig?’

De Aes Sedai keek haar aan en haar koele, rustige blik maakte haar duidelijk dat ze nog een lange weg had te gaan voor zij aanspraak op die titel mocht maken. Ze zaten allebei, en Egwene was een hoofd groter en bovendien met de Kracht veel sterker, maar er hing meer met Aes Sedai samen dan kracht alleen, ik heb geen tijd voor tranen, Egwene. De Rug ligt maar enkele dagen verder en de Alguin... Siuan en ik waren vroeger vriendinnen. Over enkele maanden zal het eenentwintig jaar geleden zijn dat we op zoek gingen naar de Her rezen Draak. Alleen wij tweeën, Aes Sedai die net waren verheven. Kort daarna werd Sierin Vayu verheven tot Amyrlin, een zuster van de Grijze Ajah, maar met sterke Rode trekken. Als zij te weten was gekomen wat wij van plan waren, zouden we de rest van ons leven hebben moeten boeten, terwijl de Rode zusters ons zelfs in bed in het oog zouden houden. Er bestaat een spreekwoord in Cairhien, maar ik heb het ook in verre landen als Tarabon en Saldea gehoord: “Neem wat je wenst, en betaal ervoor.” Siuan en ik hebben het pad genomen dat wij kozen, en we wisten dat we daar uiteindelijk een prijs voor moesten betalen.’

‘Ik begrijp niet hoe je zo kalm kunt blijven. Siuan kan wel dood zijn, of gesust. Elaida zal zich ofwel tegen Rhand verzetten of proberen hem tot Tarmon Gai’don ergens op te sluiten. Je weet dat ze een geleider nooit vrij zal laten rondlopen. Maar gelukkig staat niet ieder een achter Elaida. Er zijn verschillende Blauwen die zich ergens ver zamelen – ik weet nog niet waar – en ik denk dat ook anderen de Toren hebben verlaten. Nynaeve vertelde dat ze een bericht van de ogen-en-oren van de Gele Ajah had gehoord, dat alle zusters welkom waren in de Witte Toren. Als zowel de Blauwe als de Gele zusters uit de Toren zijn vertrokken, zullen anderen dat ook hebben gedaan. En als zij zich tegen Elaida verzetten, zullen ze Rhand misschien steunen.’

Moiraine zuchtte, heel zachtjes. ‘Verwacht jij dat ik er blij mee ben dat de Witte Toren gespleten is? Ik ben Aes Sedai, Egwene. Ik heb mijn leven aan de Witte Toren gegeven, lang voordat ik zelfs maar het vermoeden kreeg dat de Draak tijdens mijn leven zou worden wedergeboren. De Toren is ai drieduizend jaar een bolwerk tegen de Schaduw geweest. Ze heeft vorsten tot wijze besluiten geleid, oorlogen voorkomen en een einde gemaakt aan oorlogen die waren uit gebroken. Dat de mensen nog weten dat de Duistere loert op zijn ontsnapping, dat de Laatste Slag nadert, is te danken aan de Toren. De Toren, één en onverdeeld. Ik zou haast de wens kunnen uitspreken dat elke zuster trouw had gezworen aan Elaida, wat er ook met Siuan gebeurd is.’

‘En Rhand?’ Egwene hield haar stem vlak en ferm. De vlammen begonnen wat warmte te verspreiden, maar Moiraine had net haar eigen kilte aan de tent toegevoegd. ‘De Herrezen Draak. Je hebt zelf gezegd dat hij niet klaar zal zijn voor Tarmon Gai’don, tenzij hem de vrijheid wordt gegund om te leren en zijn stempel op de wereld te zetten. Een verenigde Toren kan hem gevangennemen, ook al staan alle Aiel uit de Woestenij om hem heen.’

Moiraine glimachte kleintjes. ‘Je gaat vooruit. Een nuchtere redene ring is altijd beter dan verhitte woorden. Maar je vergeet dat er slechts dertien verbonden zusters nodig zijn om hem af te schermen van saidin. Zelfs als ze het kunstje van het verknopen van de stromen niet kennen, kunnen nog minder zusters dat scherm wel omhooghouden.’ ik weet dat je niet zult opgeven, Moiraine. Wat zijn je plannen?’ ik ben van plan de wereld te nemen zoals die is, zolang ik dat kan. Rhand is in ieder geval wat gemakkelijker in de omgang, nu ik niet meer hoef te proberen hem een kant op te sturen die hij niet wil. Ik neem aan dat ik blij mag zijn dat ik zijn beker wijn niet hoef te halen. Meestal luistert hij echter goed, ook al laat hij nooit merken wat hij van mijn lessen vindt.’

‘Ik laat het aan jou over hem over de Toren en Siuan te vertellen.’ Dat zou vervelende vragen mogelijk voorkomen. Nu Rhand het hoog in de bol had, zou hij meer over de Wereld der Dromen willen weten dan zij kon verzinnen. ‘Er is nog iets. Nynaeve heeft Verzakers in Tel’aran’rhiod gezien. Ze heeft daar met uitzondering van Asmodean en Moghedien iedereen gezien, onder wie Lanfir. Ze vermoedt dat ze een plan beramen, misschien wel samen.’

‘Lanfir,’ zei Moiraine na een kort moment van stilte. Ze wisten beiden dat Lanfir Rhand had opgezocht in Tyr en miscchien ook in andere plaatsen waarover hij niets had gezegd. Nie mand wist erg veel van de Verzakers, alleen de Verzakers zelf – in de Toren lagen slechts gedeelten van resten van verslagen – maar het was bekend dat Lanfir van Lews Therin Telamon had gehouden. Net als Rhand wisten ze ook dat dat nog steeds het geval was. ‘Als we geluk hebben,’ vervolgde de Aes Sedai, ‘hoeven we ons over Lanfir geen zorgen te maken. De anderen die Nynaeve heeft gezien, zijn een andere zaak. Jij en ik moeten zo goed mogelijk alles in het oog houden. Ik had graag gehad dat er meer geleidsters onder de Wijzen zouden zijn.’ Ze lachte dunnetjes. ‘Maar dan zou ik ook moeten wensen dat ze allen door de Toren waren opgeleid, en als ik zo door mag wensen: ik wil ook eeuwig leven. Ze zijn op veel gebieden heel sterk, maar schieten elders droevig tekort.’ in het oog houden, alles goed en wel, maar wat nog meer? Als zes Verzakers hem aanvallen, heeft hij elk beetje hulp nodig dat wij hem kunnen geven.’

Moiraine boog zich naar voren en legde met een blik van genegenheid haar hand op Egwenes arm. ‘We kunnen niet altijd zijn handje vasthouden, Egwene. Hij heeft leren lopen. Hij leert nu hollen. We kunnen slechts hopen dat hij volleerd is tegen de tijd dat zijn vijanden hem aanvallen. En natuurlijk moeten we doorgaan met hem raad te geven. Hem waar mogelijk te leiden.’ Ze richtte zich op, rekte zich uit en verborg een geeuw achter haar hand. ‘Het is al laat, Egwene. En ik verwacht dat Rhand het kamp al heel vroeg wil opbreken. Zelfs als hij niet gaat slapen, wil ik toch wel graag wat rusten voor ik weer in het zadel klim.’

Egwene begon aanstalten te maken te vertrekken, maar had nog een vraag. ‘Moiraine, waarom doe je alles wat Rhand van je vraagt? Nynaeve vindt het ook verkeerd.’

‘Zo, denkt ze dat?’ mompelde Moiraine. ‘Wordt ze toch nog Aes Sedai, of ze dat wil of niet. Waarom? Omdat ik me herinnerde hoe ik saidar heb leren beheersen.’

Even later knikte Egwene. Om saidar te beheersen, diende je je er eerst aan over te geven.

Pas toen ze al huiverend onderweg was naar haar eigen tent, drong het tot haar door dat Moiraine de hele tijd met haar als gelijke had zitten praten. Misschien was het tijdstip om haar eigen Ajah te kiezen toch nader dan ze dacht.

16

Een onverwacht aanbod

Het zonlicht dat door het raam naar binnen kroop, wekte Nynaeve. Heel even bleef ze plat liggen met haar armen en benen uitgespreid. Elayne, in het andere bed, sliep nog. De vroege ochtend voelde reeds warm aan en ’s nachts was het niet veel beter geweest, maar dat was niet de oorzaak dat Nynaeves nachtgoed zo verkreukeld en klam was. Haar dromen na haar gesprek met Elayne over wat ze had gezien, waren naar geweest. In de meeste bevond ze zich weer in de Toren en werd ze naar de Amyrlin gesleept, die soms Elaida was en soms Moghedien. In sommige had Rhand als een hond naast de werktafel gelegen, met een halsband, een lijn en een muilkorf. De dromen over Egwene waren bijna even onaangenaam geweest: gekookte kat tenvarens en maarnebladpoeder smaakten in een droom even smerig als overdag. Ze slofte naar het wastafeltje toe, waste haar gezicht en poetste haar tanden met water en zout. Het water was niet warm, maar kon ook niet koud worden genoemd. Ze trok het doorweekte nachtgoed uit en pakte schone spullen uit een kist, samen met een borstel en een spiegel. Terwijl ze naar haar spiegelbeeld tuurde, betreurde ze het dat ze voor het gemak haar vlecht had losgemaakt. Het had niet veel geholpen, want nu zaten haar haren tot haar middel vol klitten. Ze zette zich neer op een kist en deed haar best ze er allemaal uit te halen, waarna ze het haar honderd slagen borstelde. Er liepen drie schrammen van haar nek tot onder haar ondergoed. Ze waren niet zo rood als ze hadden kunnen zijn, dankzij een alles heel-zalfje dat ze van vrouw Macura had meegenomen. Tegen Elayne had ze gezegd dat braamstruiken haar hadden geschramd. Dwaas – ze vermoedde dat Elayne wist dat het gelogen was, ondanks haar verhaaltje dat ze na Egwenes vertrek nog in de Toren had rondge keken – maar ze was dusdanig in de war geweest dat ze niet goed had nagedacht. Ze had Elayne verschillende keren afgesnauwd; voor niets eigenlijk, alleen omdat ze door Melaine en Egwene oneerlijk behandeld was. Al doet het haar goed dat ze eraan wordt herinnerd hier niet de erfdochter van Andor te zijn.