Выбрать главу

Luca versperde haar echter de weg. ‘Luister, Morelin, of hoe je ook mag heten. Misschien is jouw voorhoofdje te mooi voor een brand merk, maar je nek is veel te fraai om te breken. Sedrin wist wat hij deed en nog geen uur geleden hebben we hem begraven. Daarom is iedereen binnen. Natuurlijk, hij had gisteravond te veel brandewijn op, nadat we uit Sienda waren verjaagd, maar ik heb hem wel met een buik vol drank boven op het slappe koord gezien. Weet je wat? Jullie hoeven geen kooien schoon te maken. Jij komt bij mij in de wagen wonen en we zeggen tegen iedereen dat jij mijn liefje bent. Een smoesje, natuurlijk.’ Zijn sluwe glimlach vertelde dat hij op meer dan smoesjes hoopte.

Elayne antwoordde met een glimlach die hem kon bevriezen, ik dank u van harte voor uw aanbod, baas Luca, maar als u zo vriendelijk wilt zijn opzij te stappen...’ Hij moest wel, anders was ze dwars door hem heen gelopen.

Juilin verfrommelde zijn hoge hoed in zijn handen en klapte hem weer op zijn hoofd toen ze de touwladder opklom en daarbij wat moeilijkheden had met haar rokken. Nynaeve wist wat het meisje deed. De mannen zouden het ook moeten weten en misschien deed op z’n minst Thom dat, maar nog steeds leek hij klaar te staan om toe te snellen om haar bij een val op te vangen. Luca schoof er ook heen, alsof hij dezelfde gedachte koesterde.

Elayne streek haar rok glad toen ze even op de vlonder bleef staan. Met haar erop leek hij veel kleiner en hoger. Ze pakte sierlijk haar rok op, alsof ze er geen modder op wilde krijgen, en zette haar voet op het touw. Het leek of ze een straat overstak. In zekere zin was dat ook zo, wist Nynaeve. Ze kon de gloed van saidar niet zien, maar ze wist dat Elayne ongetwijfeld een hard stenen pad van Lucht tussen de twee vlonders had geweven.

Opeens zette Elayne haar handen op het touw en maakte twee rad slagen. Haar ravenzwarte haren zwierden rond, de benen in de zijden kousen flitsten in de zon. Heel even leek haar rok bij het recht op komen over een plat vlak te glijden, voor ze hem weer optrok. Met nog twee stappen was ze op de andere vlonder. ‘Deed baas Sedrin dit, baas Luca?’

‘Hij deed een losse rol!’ riep hij terug. Mompelend voegde hij eraan toe: ‘Maar hij had niet van zulke benen. Een vrouwe. Ha!’ ik ben niet de enige die dit kan,’ riep Elayne. ‘Juilin en... – Nynaeve schudde heftig haar hoofd. Geleiden of niet, haar maag zou net zoveel genieten van dat hoge touw als van een storm op zee. – ‘... en ik hebben dit vaak gedaan. Vooruit, Juilin, laat het zien.’ De dievenvanger keek of hij liever met zijn blote handen de kooien wilde schoonmaken, de leeuwenkooi zelfs, met de leeuwen erin. Hij deed zijn ogen dicht, prevelde iets onhoorbaars en klauterde de touw ladder op als een man die het schavot bestijgt. Boven aangekomen wierp hij vol vrees beurtelings strak gespannen blikken op Elayne en het koord voor hem. Opeens deed hij een stap naar voren en liep snel met de armen opzij naar de andere kant, voortdurend prevelend en Elayne strak aankijkend. Ze klom half omlaag, zodat hij ruimte op de vlonder had, en moest daarna zijn voet op de eerste sport plaatsen, waarna ze hem verder naar beneden hielp. Thom grijnsde haar trots toe toen ze terugkwam en de bonnet van Nynaeve aanpakte. Juilin zag eruit of hij in heet water had liggen weken en daarna was uitgewrongen.

‘Dat was goed,’ zei Luca, die peinzend over zijn kin wreef. ‘Niet zo goed als Sedrin, let wel, maar goed genoeg. Vooral de manier waar op je het zo gemakkelijk laat lijken, terwijl... Juilin?... Juilin net doet of hij doodsbang is. Dat komt bij toeschouwers heel goed over.’ Juilin keek de man bars grijnzend aan, op een manier die deed vermoeden dat hij naar een mes wilde grijpen. Luca speelde het klaar zijn mantel te laten wervelen terwijl hij zich tot Nynaeve wendde; hij leek inderdaad heel tevreden. ‘En jij, mijn liefste Nana? Wat voor verrassend talent heb jij? Ben je misschien een tuimelaarster? Een de genslikster?’

‘Ik deel geld uit,’ zei ze, een klap op haar tas gevend. ‘Of wil je mij je wagen aanbieden?’ Haar glimlach veegde die van hem van zijn gezicht en liet hem twee stappen naar achteren wijken. Hun groepje had mensen uit de wagens aangetrokken en al snel stonden ze in een kring, terwijl Luca de nieuw aangekomenen aan de kunstenmakers voorstelde. Hij was vrij vaag over Nynaeve en zei alleen dat haar optreden angstwekkend was. Ze moest toch eens een paar woorden met hem wisselen.

De paardenknechten, zoals Luca de mannen noemde die geen talent voor kunsten maken hadden, vormden grotendeels een armzalig stel letje, misschien omdat hun loon nog armzaliger was. Voor zoveel wagens waren het er niet veel. Het bleek feitelijk dat iedereen een hand je hielp, ook bij het mennen van de paard-en-wagens. Het was geen rijk bestaan in een beestenspul, zelfs niet in een als dit. De kunsten makers vormden een kleurrijke en afwisselende groep. Petra, de sterkeman, was de grootste vent die Nynaeve ooit had gezien. Niet zo lang, maar wel heel breed. Uit zijn leren vest staken armen als boomstammen. Hij was getrouwd met Clarine, de plompe bruine vrouw die met honden optrad. Ze leek onder de maat als ze naast haar man stond. Latelle, die met beren optrad, had een streng gezicht, donkere ogen, kort zwart haar en het begin van neerbuigende spot voortdurend op de lippen. Aludra, een slanke vrouw, werd verondersteld Vuurwerker te zijn, en dat was heel goed mogelijk. Ze had het haar niet in Taraboonse vlechtjes, wat niet zo verrassend was gezien de stemming in Amadicia, maar haar uitspraak verried haar, en niemand wist immers wat er met het Vuurwerkersgilde was gebeurd. Hun gildehuis in Tarabon had in ieder geval de deuren gesloten. De tuimelaars beweerden dat ze broers waren van elkaar, van de familie Chavana, maar hoewel het allemaal kleine, stevige kerels waren, liep hun uiterlijk uiteen van de groenogige Taeric, met zijn hoge Saldeaanse jukbeenderen en haakneus, tot Barit, die nog donkerder was dan Juilin en tatoeages van het Zeevolk op zijn handen had, hoewel hij geen neusring en oorringetjes droeg. Behalve Latelle begroette iedereen de nieuwkomers hartelijk. Meer kunstenmakers betekende dat meer mensen naar de voorstelling konden worden gelokt, wat dus meer geld opleverde. De twee gooche laars, Bari en Kin, waren, zo bleek, echt broers en betrokken Thom meteen in een gesprek over het vak nadat ze hadden gezien dat hij op een iets andere manier werkte. Meer mensen aantrekken was één ding, maar onderlinge wedijver een ander. Wat Nynaeves aandacht echter meteen trok, was de vrouw met de lichte haren die de zwijn paarden verzorgde. Cerandin hield zich wat op de achtergrond en zei amper iets – Luca beweerde dat ze met haar dieren uit Shara was gekomen – maar haar zachte lispelende manier van spreken deed Nynaeve de oren spitsen.

Het duurde niet lang of hun wagen had een plekje bij de andere gevonden. Thom en Juilin leken het zeer op prijs te stellen dat de paar denknechten hun wilden helpen, hoe zwaarmoedig die hulp ook werd aangeboden, en Nynaeve en Elayne kregen de eerste uitnodigingen. Petra en Clarine vroegen of ze zin in thee hadden wanneer ze klaar waren met uitpakken. De Chavanas vroegen of de twee vrouwen met hen wilden eten, net als Kin en Bari, waardoor de spot van Latelle overging in een blik vol ergernis. Ze wezen die uitnodigingen vriendelijk af; Elayne wat aardiger dan Nynaeve. Haar herinnering dat ze met uitpuilende ogen Galad had zitten aangapen, was nog maar zo jong dat ze nu weinig beleefdheid voor een man kon op brengen. Luca had ook een uitnodiging, alleen voor Elayne en on hoorbaar voor Nynaeve, maar die leverde hem een draai om zijn oren op, waarna Thom nadrukkelijk wat messen liet rondflitsen die uit het niets in zijn handen verschenen. Inwendig mopperend verdween de man, terwijl hij over zijn wang wreef.

Nynaeve liet het aan Elayne over om de spullen in de wagen uit te pakken – wat erop neerkwam dat Elayne, woedend in zichzelf mom pelend, alles in de kasten kwakte – en stapte naar de plek toe waai de zwijnpaarden vastgezet waren. De enorme grijze dieren leken kalm, maar denkend aan het gat in De Lansier des Konings had ze zo haar twijfels over de dikke leren banden waarmee hun voorpoten waren vastgesnoerd. Cerandin stond met een leidstok met een bron zen punt het mannetje te krabben.