Выбрать главу

Liandrin haalde opgelucht adem. Ze ging niet sterven. ‘Hoge Mees teresse, u hoeft me niet af te schermen. Ik dien de Grote Heer net zo goed. Ik had mijn eed als Duistervriend zelfs al gezworen voor ik naar de Toren ging. Vanaf de eerste dag dat ik kon geleiden, heb ik naar de Zwarte Ajah gezocht.’

‘Dus jij ben de enige in dit ongeregelde zootje die geen lesje nodig heeft om te leren wie de meesteres is?’ Moghedien trok een wenk brauw hoog op. ‘Dat zou ik nooit van jou hebben gedacht.’ De gloed om haar heen verdween. ‘Ik heb taken voor jou. Voor jullie allemaal. Vergeet verder waar jullie mee bezig waren. Jullie zijn een onbekwaam stel, zoals jullie in Tanchico hebben aangetoond. Met mijn hand aan de hondenzweep kunnen jullie misschien op betere resultaten jagen.’

‘Wij wachten op bevelen van de Witte Toren, Hoge Meesteresse,’ zei Liandrin. Onbekwaam! Ze hadden bijna gevonden waarnaar ze in Tanchico op zoek waren, toen in de stad overal rellen uitbraken. Ze waren nauwelijks ontkomen aan de vernietiging door Aes Sedai die op een of andere manier midden in hun plannen waren beland. Als Moghedien zich bekend had gemaakt, of hen zelfs had bijgestaan, zouden ze hebben gewonnen. Als hun mislukking iemands schuld was, dan was het die van Moghedien. Liandrin reikte naar de Ware Bron, niet om saidar te omhelzen, maar om er zeker van te zijn dat het scherm weg was. Het schild was weg. ‘Ons is een grote verantwoordelijkheid geschonken, belangrijke taken zullen wij krijgen, en zeker de opdracht om door te gaan met...’

Moghedien onderbrak haar scherp. ‘Jij dient iedere Uitverkorene die bereid is je aan te nemen. Wie jou uit de Toren ook bevelen heeft gegeven, vanaf nu neemt zij zeker bevelen aan van een van ons en ligt daarbij ongetwijfeld op haar buik te prevelen. Jij gaat me dienen, Liandrin, wees daarvan overtuigd.’

Moghedien wist niet wie aan het hoofd van de Zwarte Ajah stond. Dat was een openbaring. Moghedien wist niet alles. Liandrin had zich de Verzakers altijd voorgesteld als bijna almachtig, ver boven gewone, sterfelijke mensen verheven. Misschien was de vrouw echt op de vlucht voor andere Verzakers. Haar aan die anderen uit te leveren zou haar verzekeren van een hoge rang. Ze kon mogelijk een van hen worden. Ze kende nog een kunstje dat ze als jong meisje had geleerd. En ze kon de Bron bereiken. ‘Hoge Meesteresse, wij dienen net als u de Grote Heer van het Duister. Ons werden ook eeuwig leven en macht beloofd, wanneer de Grote Heer weder...’

‘Denk jij dat je mijn gelijke bent, zustertje?’ Moghediens gezicht ver trok van afkeer. ‘Heb jij in de Doemkrocht gestaan om je ziel aan de Grote Heer te schenken? Heb jij het zoet van de overwinning gesmaakt in Paaran Disen, of de bittere as van de Asar Don? Je bent een slecht geoefend jong hondje, niet de leider van het pak, en jij rent naar de plaats die ik je wijs totdat ik het passend vind je een andere plaats te geven. Deze vrouwen hier meenden ook dat ze meer waren dan ze feitelijk zijn. Wil je je kracht met mij meten?’

‘Natuurlijk niet, Hoge Meesteresse.’ Niet nu ze gewaarschuwd was en klaar zat. ‘Ik...’

‘Vroeg of laat zul je dat doen en ik geef er de voorkeur aan dat met een aan het begin uit de weg te ruimen. Waarom denk je dat jouw vriendinnen zo opgewekt kijken? Ik heb ieder van hen vandaag die les al gegeven. Ik ga me niet afvragen wanneer ook jij die les moet leren. Ik handel het nu af. Probeer het.’

Bevreesd haar lippen bevochtigend, keek Liandrin rond naar de vrouwen die stijf langs de muren stonden. Alleen Asne Zaremene knip perde met haar ogen en schudde heel even het hoofd. Asnes schuin staande ogen, hoge jukbeenderen en scherpe neus toonden dat ze een Saldeaanse was en ze bezat zeker de Saldeaanse onverschrokkenheid. Als zij aangaf het niet te doen en als in haar ogen angst vonkte, kon ze maar beter in het stof kruipen, zodat Moghedien zich zou ontspannen. Ze beschikte evenwel nog over haar eigen kunstje. Ze knielde neer, boog het hoofd en keek op naar de Verzaken met een vrees die slechts gedeeltelijk gespeeld was. Moghedien hing lui in haar stoel en nipte aan haar thee. ‘Hoge Meesteresse, ik smeek u mij te vergeven als ik me iets aanmatig. Ik weet dat ik slechts ben als een worm onder uw voet. Ik wil uw trouwe hond zijn en smeek u mij, uw afgedwaalde hond, te vergeven.’ Moghediens ogen gleden naar haar toe en in een flits, terwijl de woorden nog uit haar mond stroomden, omhelsde Liandrin de Ware Bron en geleidde, zoekend naar de barst in het vertrouwen van de Verzaker, de barst die in ieders schil van kracht zat.

Zodra ze toesloeg, omringde de saidargloed de andere vrouw en werd Liandrin in pijn gewikkeld. Als een hoopje kleren zakte ze op het tapijt neer, probeerde te janken, maar een dodelijke pijn die erger was dan ze ooit eerder had ervaren, smoorde haar opengesperde mond. Haar ogen leken uit de kassen te rollen, haar huid in reepjes gesneden te worden. Gedurende een eeuwigheid, zo leek het, stortte ze in een en toen het even snel verdwenen was als het was opgekomen, kon ze slechts blijven liggen, bevend en met open mond huilend. ‘Begin je het te begrijpen?’ vroeg Moghedien rustig en gaf het kopje aan Temaile terug met een ‘Heel goed, maar de volgende keer wat sterker.’ Temaile leek flauw te vallen. ‘Je bent niet vlug genoeg, Liandrin, je bent niet sterk genoeg en je weet niet genoeg. Dat zielige dingetje dat je probeerde... Wil je eens voelen wat het echt is?’ Ze geleidde.

Liandrin keek vol aanbidding naar haar op. Over de vloer kruipend, onbeheerst snikkend, wist ze de woorden uit te stoten. ‘Vergeef me, Hoge Meesteresse.’ Deze verrukkelijke vrouw, een fonkelend licht aan de hemel, een vallende ster, wonderbaarlijk hoog verheven boven vorsten en heersers. ‘Vergeef me, alstublieft,’ smeekte ze en druk te tussen haar vleiende woorden door kussen op de zoom van Moghediens gewaad. ‘Vergeef me, ik bén een worm.’ Ze voelde zich tot in het merg van haar botten beschaamd dat ze dit alles eerder niet had gemeend. De woorden waren zo waar. Voor deze vrouwe waren ze zo volkomen waar. ‘Laat mij u dienen, Hoge Meesteresse. Vergun mij u te dienen. Alstublieft. Alstublieft!’

‘Ik ben Graendal niet,’ zei Moghedien en duwde haar ruw opzij met haar fluwelen schoentje.

Opeens was het gevoel van verering verdwenen. Liandrin lag snikkend in een hoopje op de vloer te huilen maar herinnerde zich alles. Met een en al afgrijzen staarde ze de Verzaker aan. ‘Ben je nu overtuigd, Liandrin?’

‘Ja, Hoge Meesteresse.’ Ze was het. Zo overtuigd dat ze niet aan een nieuwe poging waagde te denken voordat ze zeker wist dat ze zou winnen. Haar kunstje was slechts een flauwe afschaduwing van wat Moghedien had gedaan. Kon ze dat maar leren... ‘We zullen zien. Ik vermoed dat jij een van diegenen bent die een tweede les nodig hebben. Hoop maar dat het niet zo is, Liandrin. Mijn tweede les is altijd heel venijnig. Neem nu je plaats naast de anderen in. Je zult merken dat ik enkele machtige dingetjes uit je kamer heb gehaald, maar je andere speeltjes mag je houden. Is dat niet aardig van me?’

‘De Hoge Meesteresse is aardig,’ beaamde Liandrin tussen haar on beheerste gehik en enkele snikken door.

Slap krabbelde ze overeind en ging naast Asne staan. De lambrise ring hielp haar rechtop te blijven. Ze zag hoe stromen Lucht werden gewoven. Alleen Lucht, maar ze kromp in elkaar terwijl haar mond en oren werden dichtgestopt. Ze probeerde het zeker niet te voor komen. Ze sneed elke gedachte aan saidar af. Niemand wist toch wat een Verzaker kon? Misschien wel haar gedachten lezen. Ze wilde bijna wegrennen. Nee, als Moghedien haar gedachten kende, zou ze nu dood zijn. Of nog op de vloer liggen krijsen. Of Moghediens voeten kussen en smeken om haar te mogen helpen. Liandrin stond onbeheerst te beven. Als het weefsel haar de mond niet had gesnoerd, zou ze klappertanden.