De zes beschilderde ivoren miniaturen op kleine houten standaards vormden een rij op de mantel. Hoe Lini die had kunnen betalen met haar loon van kinderverzorgster, ging Morgases voorstellingsvermogen te boven en ze had het natuurlijk nooit kunnen vragen. De zes miniaturen vormden drie paren, elk bestaande uit een portret van een jonge vrouw en een portret van diezelfde vrouw als klein kind. Elayne stond erbij en zijzelf. Ze pakte haar portret als veertienjarige, een slank, rank meisje, en kon niet geloven dat ze ooit zo on schuldig had geleken. Dat roomkleurige zijden gewaad had ze gedragen op de dag dat ze naar de Witte Toren was gegaan, toen ze nooit had gedroomd dat ze op een dag koningin zou zijn, slechts de vergeefse hoop had gekoesterd misschien Aes Sedai te zullen worden.
Verstrooid streek ze met haar duim over de Grote Serpent-ring aan haar linkerhand. Eigenlijk had ze er geen recht op; een vrouw die niet geleidde, kreeg die ring niet. Maar vlak voor haar zestiende naamdag was ze hier teruggekeerd om in naam van Huis Trakand de Rozenkroon te ontvangen, en toen ze amper twee jaar later de troon besteeg, werd haar de ring geschonken. Volgens het gebruik werd de erfdochter van Andor altijd in de Witte Toren opgeleid en als erkenning van Andors langdurige steun aan de Toren was haar de ring gegeven, of ze nu wel of geen geleidster was. In de Toren was ze slechts de erfgename van Huis Trakand geweest, maar nadat ze de Rozenkroon had verworven, hadden ze haar de ring toch gegeven.
Ze zette haar eigen portret terug en pakte dat van haar moeder, dat misschien gemaakt was toen ze achttien was. Lini was van drie vrouwen uit het geslacht Trakand de kinderverzorgster geweest. Maighdin Trakand was een heel knappe vrouw geweest. Morgase herinner de zich nog haar glimlach die overging in de stralende lach van een liefhebbende moeder. Eigenlijk had Maighdin op de Leeuwentroon moeten zitten. Een koorts had haar echter geveld, waardoor onverwachts een jong meisje op de Hoogzetel van Huis Trakand plaats had genomen, midden in de troonstrijd, terwijl ze in het begin alleen de steun genoot van de krijgslieden en de bard van het Huis.
Ik heb de Leeuwentroon gewonnen. Ik geef hem niet op en ik wil niet mee maken dat er een man op komt. Bijna duizend jaar heeft een konin gin over Andor geheerst en ik zal dat niet nu laten eindigen!
‘Weer in mijn spulletjes aan het rommelen, kind?’
De stem ontlokte lang vergeten reacties. Morgase had het portretje al achter haar rug voor ze het wist. Met een berouwvol hoofd schudden zette ze het terug op de standaard, ik ben geen meisje meer in de kinderkamer, Lini. Denk eraan, voor je op een dag iets zegt waar ik op zal moeten reageren.’
‘Mijn nek is tanig en oud,’ zei Lini en zette een zak peentjes en knol letjes op de tafel. Ze zag er broos uit in haar nette grijze kleed; haar witte haren waren samengebonden tot een knotje achter op haar hoofd en de huid van haar smalle gezicht leek wel van dun perka ment, maar haar rug was kaarsrecht, haar stem luid en helder en haar donkere ogen waren even scherp als vroeger. ‘Als je mijn hoofd aan de beul wilt geven... ik ben er toch wel klaar mee, denk ik. Een knoestige oude tak maakt het blad dat een loot doormidden kapt bot.’
Morgase zuchtte; Lini zou nooit veranderen. Ze maakte nog geen knix als het hele hof toekeek. ‘Jij wordt taaier als je ouder wordt. Ik betwijfel of een beul een bijl zou kunnen vinden die scherp genoeg is voor jouw nek.’
‘Je bent me al enige tijd niet komen opzoeken, dus neem ik aan dat er iets is wat je in je hoofd wilt uitwerken. Toen je nog in de kin derkamer speelde, maar ook later, bezocht je mij gewoonlijk wan neer je ergens niet uit kwam. Zal ik wat thee zetten?’
‘Al enige tijd, Lini? Ik bezoek je elke week en dat is best een wonder, als ik aan je manier van praten denk. Ik zou de hoogste vrouwe van Andor nog verbannen als zij de helft zou uitkramen van wat jij zegt.’
Lini keek haar effen aan. ‘Sinds de lente heb je het licht in de deuropening niet meer verduisterd. En ik praat zoals ik altijd doe; ik ben te oud om nog te veranderen. Wil je thee?’
‘Nee.’ Morgase hield verward haar hand tegen het hoofd. Ze bezocht Lini echt elke week. Ze kon zich nog herinneren... Ze kon het zich niet herinneren. Gaebril had haar tijd zo volledig in beslag genomen dat ze zich moeilijk iets anders dan hem kon herinneren. ‘Nee, ik wil geen thee. Ik weet niet waarom ik ben gekomen. Je kunt me niet helpen met het probleem dat ik heb.’
Haar oude verzorgster snoof, hoewel ze het klaarspeelde het heel licht te laten klinken. ‘Je hebt problemen met Gaebril, nietwaar? En je schaamt je ervoor dat mij te vertellen. Meisje, ik heb je verschoond toen je in de wieg lag, je verzorgd als je ziek was en buikpijn had, en jou verteld wat je over mannen moest weten. Je hebt je nooit geschaamd met mij over van alles te praten en vandaag is niet de dag ermee te beginnen.’
‘Gaebril?’ Morgases ogen gingen wijd open. ‘Weet je het? Maar hoe?’
‘Ach, kind,’ zei Lini droevig, iedereen weet het, al heeft niemand de moed het je te zeggen. Ik zou het hebben gedaan, als je niet weg was gebleven, maar het is niet echt iets waarmee ik hardlopend naar je toe kom, nietwaar? Het is het soort zaak dat een vrouw niet gelooft tot ze het zelf ontdekt.’
‘Waar heb je het over?’ wilde Morgase weten. ‘Het was je plicht als jij het wist, Lini. Het is ieders plicht! Licht, ik ben de laatste die het weet en nu is het misschien te laat om er een eind aan te maken.’
‘Te laat?’ vroeg Lini ongelovig. ‘Waarom zou het te laat zijn? Jij schopt Gaebril het paleis uit, Andor uit, samen met Alteima en die anderen, en dat is dat. Welja, te laat!’
Heel even kon Morgase niets zeggen. ‘Alteima,’ zei ze eindelijk, ‘en... anderen?’
Lini staarde haar aan en schudde toen vol afkeer haar hoofd, ik ben een oude zot; mijn hersens staan droog. Nou ja, nu weet je het. Als de honing uit de raat is, kun je hem niet meer terugstoppen.’ Haar stem klonk zachter en tegelijk ook bruusk, de stem die ze gebruikte als ze Morgase moest zeggen dat haar paardje een been had gebroken en gedood moest worden. ‘Gaebril brengt de meeste nachten bij jou door, maar Alteima krijgt van hem bijna evenveel tijd. De andere zes bedient hij mondjesmaat. Vijf hebben kamers in het paleis, en eentje, zo’n jong ding met grote ogen, sluipt naar binnen en verdwijnt dan weer. Om de een of andere reden heeft ze een heel grote mantel om, zelfs in deze hitte. Misschien heeft ze een man. Het spijt me, meisje, maar wat waar is, is waar. Je kunt de beer beter onder ogen hebben dan ervoor weg te vluchten.’
Morgase zakte door haar knieën en als Lini niet haastig een stoel van de tafel had bijgeschoven, zou ze op de vloer zijn neergeploft. Alteima. En het beeld van Gaebril die naar het roddelende tweetal zat te kijken, stond opeens in een heel ander daglicht. Een man die vol genegenheid zat toe te kijken hoe twee van zijn lievelingspoesjes aan het spelen waren. En nog zés anderen! Woede kolkte ziedend in haar op, een woede die haar had ontbroken toen ze bedacht dat hij op haar troon uit was. Wat ze heel koel en helder had overwogen, even helder als ze de zaak van Tweewater kon overwegen. Dat was een gevaar dat met een nuchter verstand moest worden benaderd. Maar dit! De man had zijn speeltjes in haar paleis gestopt. Hij had haar tot een van zijn sletten gemaakt. Ze wilde zijn hoofd. Ze wilde hem levend geselen. Het Licht stond haar bij, ze wilde zijn hand op haar huid. Ik ben gek aan het worden!
‘Dat zal naast al het andere ook worden opgelost,’ zei ze kil. Nu was het belangrijk wie er in Caemlin was en wie op zijn landgoed. ‘Waar is heer Pelivar? Heer Abelle? Vrouwe Arathelle?’ Zij stonden aan het hoofd van sterke Huizen en vele krijgslieden.
‘Verbannen,’ zei Lini en keek haar bevreemd aan. ‘Je hebt ze in het voorjaar uit de stad verbannen.’
Morgase staarde haar aan. Ze herinnerde zich er niets van. Behalve... ja, nu borrelde het vaag uit de diepte naar boven. ‘Vrouwe Ellorien?’ zei ze langzaam. ‘Vrouwe Aemlin en heer Luan?’ Andere sterke Huizen. Andere Huizen die achter haar hadden gestaan voordat ze de troon besteeg.