Выбрать главу

Maar het kon haast niet waar zijn. Gif werd gebruikt om de verschijnselen van buikvliesontsteking of een van de talloze andere middeleeuwse infectieziekten na te bootsen. De gezant en de monnik zouden derhalve geen reden hebben gehad om in allerijl te vertrekken en te zeggen dat het slachtoffer met rust gelaten moest worden. De gezant had zijn ondergeschikte even goed hebben kunnen ontslaan, net zo makkelijk als vrouwe Imeyne Vader Roche kon laten vervangen.

‘Is het de cholera?’ vroeg vrouwe Eliwys.

Kivrin probeerde zich de symptomen te herinneren. Acute diarree, braakneigingen en groot vochtverlies, een ingevallen en blauw aanlopend gezicht, uitdroging en een onlesbare dorst.

‘Heeft u dorst?’ vroeg ze.

De klerk leek haar niet te horen. Zijn ogen waren half gesloten en ook de oogleden waren wat opgezet.

Kivrin legde een hand tegen zijn voorhoofd. De geestelijke knipperde met zijn ogen, die rood waren.

‘Hij gloeit van de koorts,’ zei Kivrin. Bij cholera hoorde niet zo’n hoge koorts. ‘Ik heb een vochtige doek nodig.’

‘Maisry!’ snauwde Eliwys, maar Rosemund stond al naast haar met dezelfde vuile lap waarmee ze Kivrins wond hadden verbonden.

De doek was in elk geval koel. Kivrin vouwde hem op tot een smalle reep. De klerk lag nog steeds te hijgen en zijn gezicht vertrok toen ze de doek op zijn voorhoofd legde, alsof hij pijn had. Hij drukte een hand tegen zijn buik. Misschien was het zijn blindedarm? Nee, dacht Kivrin, ook daar kreeg je meestal niet zo’n hoge koorts van. Bij tyfus kon de temperatuur wel hoog oplopen, maar meestal niet in het begin. Een aangetaste milt kon ook buikpijn veroorzaken.

‘Waar heeft u pijn?’ vroeg ze.

Hij knipperde weer met zijn ogen en zijn handen gingen rusteloos heen en weer op de deken. Die onrust was een symptoom van tyfus, maar niet eerder dan de achtste of negende dag. Ze vroeg zich af of de geestelijke al ziek was geweest toen hij hier kwam.

Bij hun aankomst was hij bijna van zijn paard gevallen en de monnik had hem moeten opvangen. Maar tijdens het feest had hij zich ruimschoots aan eten en drinken te goed gedaan en hij had ook genoeg energie gehad om achter Maisry aan te zitten. Erg ziek kon hij nog niet zijn geweest en tyfus zette ook langzaam door, met in het begin hoofdpijn en een lichte verhoging die pas in de derde week opliep tot 39 graden.

Kivrin boog zich voorover en schoof zijn hemd wat opzij. Zijn huid vertoonde geen spoor van de roze uitslag die bij tyfus hoorde. De zijkant van zijn hals leek enigszins gezwollen, maar opgezette lymfklieren waren een symptoom van bijna elke ontsteking. Ze trok een van zijn mouwen omhoog. Ook op zijn arm waren geen vlekken te zien, maar zijn vingernagels waren blauwig bruin, wat op een gebrek aan zuurstof wees. En dat was een symptoom van cholera.

‘Heeft hij overgegeven of is hij vaak op de pot geweest?’ vroeg ze.

‘Nee,’ zei vrouwe Imeyne. Ze smeerde een groene smurrie op een stevig stuk linnen. ‘Hij heeft alleen maar te veel zoet en scherpe spijs gegeten, daar heeft hij de koorts van in zijn bloed gekregen.’

Zonder braken kon het geen cholera zijn, nog afgezien van de te hoge koorts. Misschien had ze hem toch aangestoken, hoewel ze geen buikpijn en ook niet zo’n gezwollen tong had gehad.

De klerk tilde zijn hand op en veegde de doek van zijn voorhoofd, waarna zijn arm slap langs zijn zij viel. Kivrin pakte de doek op. Het linnen was kurkdroog. Met zo’n hoge koorts moest het wel een virus zijn, waarschijnlijk tyfus.

‘Heeft hij neusbloedingen gehad?’ vroeg ze aan Roche.

‘Nee,’ zei Rosemund. Ze nam de doek van Kivrin aan. ‘Hij heeft helemaal niet gebloed.’

‘Stop de doek in koud water en wring hem niet uit,’ zei Kivrin. ‘Vader Roche, wilt u me helpen hem op te tillen?’

Roche pakte de klerk bij de schouders en tilde hem op. Er zat geen bloed op het hoofdkussen.

Roche legde hem behoedzaam neer. ‘Denkt u dat het de tyfus is?’ vroeg hij, met een vreemd hoopvolle klank in zijn stem.

‘Ik weet het niet,’ zei Kivrin.

Rosemund gaf haar de doek, die kletsnat was. Kivrin legde hem op het voorhoofd van de klerk.

Plotseling gooide hij zijn armen omhoog, sloeg de doek uit haar hand en begon naar haar te slaan en te schoppen. Hij raakte haar hard tegen haar been en ze viel bijna over hem heen.

‘Het spijt me,’ zei Kivrin, die snel rechtop ging staan. ‘Ik kon er niets aan doen.’ Ze probeerde zijn handen te pakken.

Met zijn bloeddoorlopen ogen staarde hij strak voor zich uit. ‘Gloriam tuam!’ zei hij met een luide, eigenaardig hoge stem, bijna schreeuwend.

‘Het spijt me,’ herhaalde Kivrin. Ze pakte een van zijn polsen, maar hij haalde uit met zijn andere hand en trof haar vol op haar borst.

Requiem aeternum dona eis!’ schreeuwde hij. Hij rukte zich los en ging midden op het bed staan. ‘Et lux perpetua luceat eis.

Kivrin besefte ineens dat hij de mis voor de doden reciteerde.

Vader Roche probeerde hem beet te pakken, maar de klerk schopte hem van zich af en begon als een wildeman op het bed heen en weer te springen.

Miserere nobis.

Hij bleef wild om zich heen schoppen en slaan, zonder zelfs te merken dat hij alleen de balken in de muur raakte. ‘We moeten hem bij zijn enkels pakken en op het bed gooien,’ zei Kivrin.

Vader Roche knikte buiten adem. De anderen in de kamer stonden als aan de grond genageld toe te kijken, alleen Imeyne lag nog op haar knieën. Maisry was op de vensterbank gaan zitten, met haar handen tegen haar oren en haar ogen stijf dichtgeknepen. Rosemund had de druipende doek opgeraapt en hield hem nog steeds in haar uitgestrekte hand. Agnes staarde met open mond naar de bijna naakte geestelijke op het bed.

De klerk danste nog altijd in het rond en probeerde de koordjes van zijn hemd los te trekken.

‘Nu!’ zei Kivrin.

Tegelijk met Vader Roche dook ze naar zijn enkels. De klerk zakte door zijn knieën, maar hij sloeg om zich heen met zijn armen en sprong van het bed, recht op Rosemund af. Het meisje hief afwerend haar handen op en hij landde boven op haar.

Miserere nobis,’ zei hij, terwijl hij met Rosemund tegen de grond zakte.

‘Pak zijn armen voordat hij haar iets aandoet,’ zei Kivrin, maar de klerk was al tot bedaren gekomen. Hij lag half over Rosemund heen, roerloos, met zijn armen slap langs zijn lichaam.

Vader Roche pakte hem bij een arm en trok hem van Rosemund af. De klerk bleef op zijn zij liggen en haalde oppervlakkig adem, zonder te hijgen.

‘Is hij dood?’ vroeg Agnes. De anderen schenen uit hun trance te ontwaken en kwamen om de klerk heen staan. Vrouwe Imeyne pakte een van de bedstijlen en ging rechtop staan.

‘Blackie is dood,’ zei Agnes, die zich aan de rokken van haar moeder vastklampte.

‘Hij is niet dood.’ Imeyne knielde bij de klerk neer. ‘De koorts in zijn bloed is naar zijn hersenen gegaan. Dat gebeurt vaker.’

Dat gebeurt helemaal niet vaker, dacht Kivrin. Ze had nog nooit een ziekte met zulke vreemde symptomen meegemaakt. Wat zou het kunnen zijn? Hersenvliesontsteking? Epilepsie?

Ze boog zich over Rosemund heen. Het meisje lag als verstard op de vloer, met haar ogen dicht en haar handen strak gebald. ‘Heeft hij je pijn gedaan?’ vroeg Kivrin.

Rosemund deed haar ogen open. ‘Ik heb mijn hoofd gestoten,’ zei ze met trillende stem.

‘Kun je opstaan?’

Rosemund knikte. Eliwys kwam naar haar toe, met Agnes nog aan haar zijde, en hielp haar overeind.

‘Mijn voet doet pijn,’ zei Rosemund, hinkend. ‘Hij sprong ineens…’

Eliwys bracht haar naar het voeteneind van het bed, waar het meisje op de kist ging zitten. Agnes klom naast haar op de kist. ‘De klerk is boven op je gesprongen,’ zei ze.