Выбрать главу

Ze keek afkeurend naar de lijst. ‘We hebben hier geen maskers of thermometers.’ Ze pakte een flesje aspirine van een plank. ‘En we zijn zelf door onze synthamycine en AZL heen.’

Het flesje bevatte misschien twintig tabletten. Hij stopte het in zijn zak, verliet het ziekenhuis en liep door High Street naar de apotheek. Bij de ingang stond een groepje demonstranten met protestborden: ‘Uitbuiting! Prijsopdrijving!’ Hij ging naar binnen. Maskers waren uitverkocht en de thermometers en aspirine waren schandalig geprijsd. Hij kocht de hele voorraad op.

Nadat hij de aspirine had uitgedeeld besteedde hij de rest van de avond aan het bestuderen van Badri’s gegevens om te proberen de bron van het virus op te sporen. Badri was op 10 december in Hongarije geweest voor een tijdreis. De lijst vermeldde niet in welke plaats en William, die zijn best deed een van de nog gezonde bezoeksters te veroveren, wist het niet. De telefoon was weer buiten werking.

Dat was ook de volgende ochtend nog het geval, toen hij het ziekenhuis wilde bellen om naar Badri’s toestand te informeren. Hij hoorde niet eens de zoemtoon, maar hij had nog niet neergelegd of het toestel begon te rinkelen.

Het was Andrews. Dunworthy kon hem nauwelijks verstaan, zoveel ruis was er op de lijn. ‘Het spijt me dat het zo lang heeft geduurd,’ zei Andrews, gevolgd door iets onverstaanbaars.

‘Wilt u dat nog eens herhalen?’ zei Dunworthy.

‘Ik zei dat ik er haast niet door kon komen. De telefoon…’ Nog meer geruis. ‘Ik heb de parameters nagerekend. Ik heb drie verschillende coördinatensets geprobeerd en een driehoeksmeting gedaan van de…’ De rest van zijn woorden ging verloren.

‘Hoe groot is de maximale verschuiving?’ riep Dunworthy.

De verbinding werd tijdelijk goed. ‘Zes dagen, als de coördinaten…’ Het geruis begon weer. ‘Maar het maximale verschil loopt op tot vijf jaar binnen een straal van vijftig kilometer.’ Er klonk gekraak en de verbinding werd verbroken.

Dunworthy legde neer. Hij had gerustgesteld moeten zijn, maar hij voelde zich helemaal niet opgelucht. Gilchrist was niet van plan op 6 januari het net te openen, ongeacht of Kivrin op de plaats van het rendez-vous was of niet. Hij wilde het Schotse verkeersbureau weer eens bellen, maar op dat moment rinkelde de telefoon al.

‘Met Dunworthy.’ Hij tuurde naar het scherm, waarop alleen sneeuw te zien was.

‘Met wie?’ Het was de stem van een vrouw, schor van de slaap of iets anders. ‘Neem me niet kwalijk, ik wilde…’ De rest was niet te verstaan en het scherm werd zwart.

Dunworthy wachtte nog even, maar de telefoon bleef zwijgen. Hij ging terug naar Salvin. De klok van Magdalen sloeg het hele uur. In de onophoudelijk neervallende regen klonk het als een doodsklok. Mevrouw Piantini had het ook gehoord. Ze stond in haar nachthemd op de binnenplaats en zwaaide plechtig met haar armen in een onduidelijk ritme. ‘In het midden, uit de maat, in de maat,’ zei ze toen Dunworthy haar mee naar binnen wilde nemen.

Finch kwam met een zorgelijk gezicht in de deuropening staan. ‘Het komt door dat klokgelui, meneer.’ Hij pakte haar andere arm. ‘Ze raakt erdoor van streek. Ik geloof dat ze hem onder deze omstandigheden beter niet kunnen luiden.’

Piantini schudde Dunworthy’s hand van zich af. ‘Iedereen moet zich zonder onderbreking aan zijn spel houden,’ zei ze woedend.

‘Natuurlijk,’ zei Finch sussend. Hij pakte haar arm alsof die een klokketouw was en bracht haar terug naar haar bed.

Colin rende naar binnen, zoals gewoonlijk doornat en bijna blauw van de kou. Zijn jasje was open en Mary’s grijze sjaal hing losjes om zijn hals. Hij gaf Dunworthy een briefje. ‘Van de broeder bij Badri,’ zei de jongen. Hij maakte een pakje snoep open en stopte een lichtblauw stuk zeep in zijn mond.

Ook het briefje was kletsnat. ‘Badri vraagt naar u’, moest er staan, hoewel hij van de naam alleen de ‘B’ kon lezen.

‘Heeft hij gezegd of er iets met Badri is?’

‘Nee, ik moest alleen dit briefje aan u geven. En tante Mary zegt dat u niet moet vergeten uw injectie te halen. Ze weet niet wanneer ze het vaccin krijgt.’

Dunworthy hielp Finch mevrouw Piantini in bed te leggen en haastte zich naar het ziekenhuis. Op de Isolatie zat ditmaal een zuster van middelbare leeftijd met dikke enkels. Ze had haar voeten op een monitor gelegd en keek naar een zakvideo, maar ze stond meteen op toen hij binnenkwam en versperde hem de weg. ‘Bent u meneer Dunworthy? Dokter Ahrens wil u beneden onmiddellijk spreken.’

Ze zei het op een rustige, tamelijk vriendelijke manier. Ze wil me ontzien, dacht hij. Ze wil niet dat ik Badri zie. Mary moet het me eerst vertellen.

‘Is Badri dood?’

Ze keek hem verwonderd aan. ‘O nee, het gaat vanmorgen een stuk beter met hem. Heeft u mijn briefje niet gekregen? Hij kan alweer zitten.’

‘Zitten?’ Hij staarde haar aan en vroeg zich af of de zuster zelf stond te ijlen van de koorts.

‘Hij is natuurlijk nog erg ziek, maar zijn temperatuur is normaal en hij is goed bij. Dokter Ahrens wacht beneden op u. Ze zei dat het dringend was.’

Hij keek aarzelend naar de deur van Badri’s kamer. ‘Wilt u hem zeggen dat ik zo snel mogelijk bij hem kom?’ Hij liep haastig terug door de gang.

Hij kwam bijna in botsing met Colin, die net naar binnen wilde. ‘Wat doe jij hier?’ vroeg hij bars. ‘Heeft een van de ingenieurs gebeld?’

‘Ik moet op u passen,’ zei Colin. ‘Tante Mary is bang dat u uw injectie vergeet. Ik moet u naar beneden brengen.’

‘Ik heb nu geen tijd. Ik moet dringend naar de eerstehulp.’ Dunworthy liep snel de gang door.

Colin moest hollen om hem bij te houden. ‘Daarna dan. Ik mag u niet laten weggaan voordat u uw injectie heeft gehad.’

Mary stond bij de lift op hem te wachten. ‘We krijgen een nieuwe patiënt,’ zei ze ernstig. ‘Montoya.’ Ze ging op weg naar de afdeling. ‘Ze wordt uit Witney opgehaald.’

‘Montoya?’ zei Dunworthy. ‘Dat is onmogelijk. Ze is daar helemaal alleen geweest.’

Mary duwde de dubbele deur open. ‘Blijkbaar niet.’

‘Maar ze zei… Weet je zeker dat het de griep is? Ze heeft in de regen gewerkt. Misschien is het geen virus.’

Mary schudde haar hoofd. ‘De eerstehulpers hebben bloed afgenomen. Het is hetzelfde virus.’ Ze ging naar de dienstdoende arts bij de balie. ‘Zijn ze er al?’

Hij schudde zijn hoofd. ‘De ambulance is net doorgelaten bij de afzetting.’

Mary ging naar de deur en keek naar buiten alsof ze hem niet geloofde. ‘Ze belde vanmorgen op met een heel verward verhaal,’ zei ze, terwijl ze zich naar Dunworthy omdraaide. ‘Ik heb het dichtstbijzijnde ziekenhuis in Chipping Norton gevraagd een ziekenwagen te sturen, maar ze zeiden dat Witney officieel onder de quarantaine valt en zelf hadden we geen ambulance ter beschikking. Gelukkig kreeg ik de Gezondheidsraad zover dat ze ontheffing wilden geven.’ Ze keek weer naar buiten. ‘Wanneer is ze naar Witney gegaan?’

‘Ik…’ Dunworthy probeerde het zich te herinneren. Op eerste kerstdag had ze eerst gebeld om naar Schotse gidsen te vragen en daarna om te zeggen dat hij geen moeite meer hoefde te doen omdat ze de handtekening van Basingame had nagebootst. ‘Op eerste kerstdag,’ zei hij, ‘als het kantoor van de Gezondheidsraad toen tenminste open was. In elk geval niet op tweede kerstdag. Uiterlijk de zevenentwintigste. En sindsdien heeft ze niemand meer gezien.’

‘Hoe weet je dat?’

‘Toen ze belde, zei ze dat ze niemand had om haar te helpen. Ik moest de Gezondheidsraad van haar bellen om ontheffing voor een paar studenten te vragen.’

‘Wanneer was dat?’

‘Twee, nee, drie dagen geleden,’ zei hij fronsend. De dagen begonnen allemaal door elkaar te lopen als je te weinig slaap kreeg.

‘Misschien heeft ze iemand van de boerderij laten helpen.’