Выбрать главу

Hij had zich zorgen gemaakt over de parameters die Gilchrist niet had laten controleren. Hij had Badri op zijn zenuwen gewerkt, Badri die toch al koorts had en de coördinaten opnieuw moest invoeren. Hij was zo bang, had hij gezegd.

Ineens drong het tot hem door dat de portier erg lang wegbleef, misschien wel om Gilchrist te waarschuwen.

Hij keek naar binnen en op dat moment kwam de man terug. De portier stak een paraplu op en hield die boven Dunworthy’s hoofd.

‘Ik ben al doornat,’ zei hij en liep met grote passen vooruit over de binnenplaats.

Voor de ingang van het laboratorium was een geel plastic lint gespannen. Dunworthy trok het weg terwijl de portier met zijn vrije hand in zijn zakken zocht.

Hij keek om naar de kamer van Gilchrist, die op de binnenplaats uitkeek. Er brandde licht, maar er was niemand te zien.

De portier schakelde het alarm uit met zijn pasje en zocht de sleutel van het lab. ‘Ik weet niet of ik hier wel goed aan doe zonder de toestemming van de heer Gilchrist,’ zei hij.

‘Meneer Dunworthy!’ riep Colin. Beide mannen keken om. Colin holde de binnenplaats over, het boek in zijn grijze sjaal gewikkeld en weggestopt onder zijn kletsnatte jas. ‘De pest… brak… in sommige delen… van Oxfordshire… pas in maart uit,’ zei hij hijgend. ‘Sorry, ik heb de hele tijd gerend.’

‘Welke delen?’ vroeg Dunworthy.

Colin gaf hem het boek en boog zich voorover met zijn handen op zijn knieën om op adem te komen. ‘Dat… staat er… niet bij.’

Dunworthy sloeg het boek open op de pagina die Colin had omgevouwen, maar zijn bril zat onder de druppels, die ook op de open bladzijden van het boek vielen.

‘Het begon in Melcombe en ging naar Bath in het noorden en naar het oosten,’ zei Colin. ‘De pest bereikte Oxford in december en Londen bijna een jaar later, maar sommige streken van Oxfordshire werden pas laat in het voorjaar getroffen en een paar dorpen bleven tot juli gespaard.’

Dunworthy staarde naar de onleesbare bladzijden. ‘Daar hebben we niets aan,’ zei hij.

‘Ik weet het,’ zei Colin. Hij ging rechtop staan, nog steeds zwaar ademend. ‘Maar we weten in elk geval dat niet heel Oxfordshire in december getroffen was. Misschien is ze in een van die dorpen die tot juli gespaard bleven.’

Dunworthy veegde de bladzijden droog aan de sjaal en deed het boek dicht. ‘Van Bath heeft de ziekte zich naar het oosten verbreid,’ zei hij zacht. ‘Skendgate ligt net ten zuiden van de weg tussen Oxford en Bath.’

De portier had eindelijk de sleutel gevonden. Hij stak hem in het sleutelgat.

‘Ik heb het nummer van Andrews weer gebeld, maar er is nog steeds niemand.’

De portier deed de deur open.

‘U kunt het net toch niet openen zonder ingenieur?’ vroeg Colin.

‘Het net?’ zei de portier, met de sleutel nog in zijn hand. ‘Ik dacht dat u alleen van de computer gebruik wilde maken. Voor andere dingen heb ik toestemming van meneer Gilchrist nodig.’ Hij pakte het papier dat Dunworthy hem had gegeven en las het nog eens over.

‘Ik geef zelf toestemming.’ Dunworthy liep snel langs hem heen naar binnen.

De portier wilde achter hem aan gaan, maar hij bleef haken met zijn paraplu en zocht het knopje om het ding te sluiten.

Colin kroop onder de paraplu door naar binnen.

Gilchrist had de verwarming laten uitzetten. Het was hier nauwelijks warmer dan buiten, maar toch besloegen Dunworthy’s natte brilleglazen. Hij nam zijn bril af en probeerde hem droog te wrijven aan zijn natte colbert.

‘Hier,’ zei Colin. De jongen gaf hem een grote prop wc-papier. ‘Dat moest ik verzamelen voor Finch. Weet u, het is al moeilijk genoeg om haar te vinden als we op de goede plek terechtkomen, en u zei zelf dat het heel erg ingewikkeld is om de exacte tijd en plaats te bepalen.’

‘Die weten we al,’ zei Dunworthy. Hij maakte zijn bril droeg met het papier en zette hem weer op. De glazen zaten nog onder de strepen.

‘Ik moet u helaas vragen weg te gaan,’ zei de portier. ‘Ik kan u niet laten blijven zonder…’ Hij zweeg.

‘O jee,’ mompelde Colin. ‘Daar heb je Gilchrist.’

‘Wat heeft dit te betekenen?’ zei Gilchrist. ‘Wat doet u hier?’

‘Ik ga Kivrin terughalen,’ zei Dunworthy.

‘Op grond waarvan?’ zei Gilchrist. ‘Dit is het laboratorium van Brasenose en u maakt zich schuldig aan huisvredebreuk.’ Hij wendde zich tot de portier. ‘Ik had u opgedragen meneer Dunworthy buiten de poort te houden.’

‘Hij had toestemming van de heer Basingame.’ De portier stak hem het vochtige papier toe.

Gilchrist griste het uit zijn hand. ‘Basingame! Dat is niet de handtekening van Basingame!’ zei hij woedend. ‘Huisvredebreuk en ook nog eens valsheid in geschrifte. Ik zal een klacht tegen u indienen. En zodra Basingame terug is, zal ik hem op de hoogte stellen van uw…’

Dunworthy ging voor hem staan. ‘En ik zal hem op de hoogte stellen van het feit dat zijn plaatsvervanger willens en wetens het leven van een van zijn studenten in gevaar heeft gebracht door het laboratorium te sluiten, als gevolg waarvan het onmogelijk was de studente terug te halen.’ Hij gebaarde naar de computer. ‘Weet u wat het resultaat van de lokalisatie was? Een resultaat dat mijn ingenieur niet mocht controleren door toedoen van u en een stel andere imbecielen die geen fluit van tijdreizen afweten? Zal ik het u vertellen? Kivrin is niet in 1320. Ze is in 1348, midden in de Zwarte Dood.’ Hij draaide zich om naar de beeldschermen. ‘En daar zit ze al twee weken. Alleen dank zij uw stompzinnigheid. Dank zij…’ Hij zweeg.

‘U heeft niet het recht zo’n toon tegen mij aan te slaan,’ zei Gilchrist. ‘En evenmin om hier te zijn. Ik sta erop dat u onmiddellijk weggaat.’

Dunworthy gaf geen antwoord. Hij ging naar de computer.

‘Haal de proctor,’ zei Gilchrist tegen de portier. ‘Die twee moeten hier weg.’

Het scherm van de grote monitor was zwart en de lampjes brandden niet. De computer was uitgeschakeld. ‘U heeft de stroom eraf gehaald,’ zei Dunworthy, met een stem die al even oud klonk als die van Badri. ‘U heeft het net gesloten.’

‘Ja,’ zei Gilchrist. ‘En dat is maar goed ook, aangezien u meent hier in en uit te kunnen lopen wanneer het u uitkomt.’

Dunworthy wankelde even en raakte het lege scherm aan. ‘U heeft het net gesloten,’ herhaalde hij.

‘Gaat het, meneer Dunworthy?’ Colin deed een stap naar hem toe.

‘Ik vermoedde al dat u een poging zou doen hier in te breken,’ zei Gilchrist, ‘want u heeft blijkbaar geen enkel respect voor het gezag van Middeleeuwen. Daarom heb ik de computer laten uitzetten en dat is een verstandig besluit geweest.’

Dunworthy wist nu wat het was om door de bliksem getroffen te worden. Toen Badri vertelde dat Kivrin in 1348 zat, was hij eerst niet in staat geweest die mededeling te verwerken, maar dit nieuws trof hem als een slag in zijn gezicht. Zijn keel was dichtgeschroefd. ‘U heeft het net gesloten,’ zei hij. ‘De lokalisatie is weg.’

‘Weg?’ zei Gilchrist. ‘Onzin, die is ongetwijfeld ergens opgeslagen. Als we de computer weer inschakelen…’

‘Weten we nu niet waar Kivrin is?’ vroeg Colin.

‘Ja.’ Dunworthy begon te vallen en hij dacht dat hij op het paneel terecht zou komen, net als met Badri was gebeurd, maar dat was niet zo. Hij viel bijna elegant, als een danspartner, in de uitgestrekte armen van Gilchrist.

‘Ik wist het wel,’ hoorde hij Colin zeggen. ‘U heeft uw injectie niet gehad. Tante Mary vermoordt me.’

26

‘Dat is onmogelijk,’ zei Kivrin. ‘Het kan geen 1348 zijn.’ Maar alles viel ineens op zijn plaats: de dood van Imeynes kapelaan, de afwezigheid van eigen bedienden, Eliwys die Gawyn niet naar Oxford wilde laten gaan om navraag naar Kivrin te doen. Volgens vrouwe Yvolde waren er veel zieken in de stad en de Zwarte Dood was in december in Oxford uitgebroken. ‘Wat is er gebeurd?’ zei ze met overslaande stem. ‘Wat is er toch gebeurd? Ik had naar 1320 moeten gaan, naar 1320! Meneer Dunworthy heeft me nog gewaarschuwd dat Middeleeuwen niet wist waar ze mee bezig waren, maar ze kunnen me toch niet naar het verkeerde jaar hebben gestuurd!’ Ze zweeg even. ‘Jullie moeten hier weg! Het is de Zwarte Dood!’