Выбрать главу

De anderen keken haar zonder enig begrip aan en ze dacht dat de tolk weer op modern Engels was teruggevallen. ‘Het is de Zwarte Dood,’ herhaalde ze. ‘De blauwe ziekte!’

‘Nee,’ zei Eliwys zachtjes.

‘Vrouwe Eliwys, u moet met vrouwe Imeyne en Vader Roche naar beneden gaan.’

‘Dat kan niet waar zijn,’ zei Eliwys, maar ze nam haar schoonmoeder bij de arm en nam haar mee naar buiten. Imeyne hield de doek met de zalf beet alsof het haar relikwie was. Maisry volgde hen haastig de kamer uit, haar handen tegen haar oren gedrukt.

‘U moet ook gaan,’ zei Kivrin tegen Roche. ‘Ik blijf wel bij hem.’

‘Truuuu…’ stamelde de klerk, en Roche draaide zich naar hem om. De klerk probeerde overeind te komen. Roche wilde hem helpen.

‘Nee,’ zei Kivrin. Ze pakte hem bij zijn mouw. ‘U mag niet bij hem in de buurt komen.’ Ze ging tussen de priester en het bed staan. ‘De ziekte is besmettelijk,’ zei ze, haar woorden met zorg kiezend. ‘Infectueus. Hij wordt overgebracht door vlooien en door…’ Ze aarzelde en zocht de goede woorden om het hem duidelijk te maken. ‘Door de lichaamssappen en de adem van de zieken. De ziekte is dodelijk voor bijna iedereen die ermee in aanraking komt.’

Ze keek hem gespannen aan en vroeg zich af of hij haar had begrepen, of hij haar kon begrijpen. In de veertiende eeuw wisten ze niets van bacteriën af, niets van de manier waarop ziekten werden overgedragen. De mensen dachten dat de Zwarte Dood een straf van God was. Dat de pest zich verbreidde door een giftige nevel die boven het land hing, door de blik van dode ogen, door zwarte kunst.

‘Vader,’ zei de klerk. Roche probeerde naar het bed te gaan, maar ze versperde hem de weg.

‘We kunnen hem niet alleen laten sterven,’ zei Roche.

Maar dat gebeurde wel, dacht ze. Mensen sloegen op de vlucht en lieten de stervenden achter. Ouders lieten hun eigen kinderen in de steek, dokters weigerden te komen, en alle priesters maakten dat ze wegkwamen.

Ze bukte en raapte een van de repen stof op die vrouwe Imeyne uit het linnen had gescheurd. ‘U moet dit voor uw mond en neus houden,’ zei ze.

Ze gaf de lap aan hem en hij keek er een ogenblik fronsend naar voordat hij het linnen tot een dunne strook opvouwde en tegen zijn gezicht hield.

Kivrin pakte zelf ook een strook. ‘Bind hem maar vast.’ Ze vouwde het linnen schuin op tot een soort roversmasker en maakte het vast met een knoop in haar nek.

Roche volgde haar voorbeeld, legde moeizaam een knoop en keek Kivrin aan. Ze ging opzij en hij boog zich over de klerk heen en legde een hand op zijn borst.

‘Nee,’ zei ze. Hij keek haar aan. ‘Raak hem zo min mogelijk aan.’

Met ingehouden adem keek ze naar het bed, bang dat de klerk weer een aanval zou krijgen en Roche te lijf zou gaan, maar de geestelijke bleef roerloos liggen. De buil onder zijn arm was opengegaan, er kwam bloed en groene pus uit.

Kivrin legde een hand op de arm van Roche. ‘Raak het niet aan,’ zei ze. ‘De buil moet bij het vechten zijn gesprongen.’ Ze veegde het bloed en de etter weg met een stuk linnen en legde een strak verband aan. De klerk gaf geen kik en ze zag dat hij onbeweeglijk voor zich uit staarde.

‘Is hij dood?’ vroeg ze.

‘Nee.’ Roche legde zijn hand weer op de borst van de klerk en Kivrin zag hem licht op en neer gaan. ‘Ik moet het sacrament halen,’ zei hij, slecht te verstaan door het masker.

Nee, laat me niet alleen, dacht Kivrin geschrokken. Straks valt hij me aan.

Roche ging rechtop staan. ‘Vrees niet,’ zei hij. ‘Ik kom terug.’

Hij liep snel de kamer uit. Kivrin ging de deur dichtdoen. Beneden hoorde ze Eliwys en Roche met elkaar praten. Ze had de priester moeten zeggen niet met de anderen te praten. ‘Ik wil bij Kivrin blijven,’ zei Agnes. Het kind begon te huilen en Rosemund riep boos dat ze haar mond moest houden.

‘Ik ga het tegen Kivrin zeggen,’ zei Agnes verontwaardigd. Kivrin deed de deur dicht en schoof de grendel ervoor.

Agnes mocht niet in de kamer komen, net zomin als Rosemund of wie dan ook. Ze mochten niet aangestoken worden. Er bestond geen medicijn tegen de Zwarte Dood, je kon alleen proberen te verhinderen dat je besmet werd. Koortsachtig probeerde ze te bedenken wat ze van de pest wist. Ze had er voor haar studie over gelezen en dokter Ahrens had haar erover verteld toen ze in het ziekenhuis was.

Er waren twee of drie verschillende vormen. De gewone pest verspreidde zich met de bloedsomloop en was binnen enkele uren dodelijk. De builenpest werd overgebracht door rattevlooien en veroorzaakte de kenmerkende zwellingen. De derde vorm was longpest, waarbij het slachtoffer hoestte en bloed opgaf en zijn hele omgeving kon aansteken. Maar de klerk had builenpest, die minder besmettelijk was. Aanraking alleen was niet voldoende; de vlooien moesten overspringen om de ziekte over te brengen.

Plotseling herinnerde ze zich dat de klerk boven op Rosemund was gevallen. Als zij nu eens is aangestoken? Dat kan niet, ze mag niet ziek worden. Er is geen medicijn.

De klerk bewoog en Kivrin ging naar hem toe.

‘Dorst,’ zei hij, met zijn gezwollen tong over zijn lippen strijkend. Ze vulde een kom met water. Hij nam gretig een paar slokken, maar ineens verslikte hij zich en spuwde midden in haar gezicht.

Ze deinsde terug en rukte de natte doek van haar gezicht. Met trillende vingers probeerde ze zich schoon te vegen. Dit is de builenpest, dacht ze, je kan het niet krijgen van speeksel. En je bent ingeënt tegen de pest. Maar ze was ook tegen andere dingen ingeënt en haar afweersysteem was versterkt, toch was ze ziek geworden. En ze had ook niet in 1348 terecht moeten komen.

‘Wat is er toch gebeurd?’ fluisterde ze.

Het kon geen normale verschuiving zijn. Meneer Dunworthy was boos geweest omdat de parameters niet waren gecontroleerd, maar in het ergste geval zou het verschil hoogstens enkele weken bedragen, geen jaren. Er moest iets verkeerd zijn gegaan met het net.

Volgens Dunworthy had Gilchrist geen idee waar hij mee bezig was en er was werkelijk iets fout gegaan, ze was in 1348 beland, maar waarom hadden ze de reis niet afgebroken zodra ze zagen dat de datum verkeerd was? Gilchrist mocht dan geen idee hebben, Dunworthy had dat maar al te goed. Hij was van het begin af aan al tegen de reis gekant geweest. Waarom had hij het net niet opnieuw geopend?

Omdat ik al was weggegaan, dacht ze. Het had minstens twee uur geduurd om precies te bepalen waar ze was en tegen die tijd was Kivrin al op zoek gegaan naar het dorp. Maar Dunworthy zou het net open hebben gehouden. Hij zou nooit willen wachten tot het rendez-vous. Hij zou het net voor haar openhouden.

Ze ging snel naar de deur en tilde de grendel op. Ze moest Gawyn zien te vinden. Hij moest haar vertellen waar de open plek was.

De klerk ging overeind zitten en zwaaide een van zijn blote benen over de bedrand, alsof hij met haar mee wilde. ‘Help me,’ zei hij, en probeerde zijn andere been uit bed te krijgen.

‘Ik kan u niet helpen,’ zei ze boos. ‘Ik hoor hier niet te zijn.’ Ze schoof de grendel weg. ‘Ik moet Gawyn gaan zoeken.’ Maar op hetzelfde moment herinnerde ze zich dat Gawyn er niet was, dat hij met heer Bloet en de gezant van de bisschop naar Courcy was gegaan. Met de gezant, die in zijn haast om te vertrekken bijna Agnes onder de voet had gelopen.