‘Nee.’
‘Kun je je vingers bewegen?’
Rosemund tilde haar vingers een voor een op zonder haar arm te strekken. Kivrin keek er fronsend naar en vroeg zich af wat er aan de hand kon zijn. ‘Vrouwe Imeyne, wilt u Vader Roche halen?’
‘Hij kan ons niet helpen,’ zei Imeyne verachtelijk, maar ze ging toch naar de trap.
‘Ik geloof niet dat hij gebroken is,’ zei Kivrin tegen Rosemund.
Rosemund liet haar arm zakken, maar haar gezicht vertrok van pijn. Haar gezicht werd bleek en het zweet brak haar uit.
Ze moet haar arm gebroken hebben, dacht Kivrin. Ze stak haar hand uit, maar Rosemund deinsde terug en voor Kivrin er erg in had, viel het meisje van de bank.
Ze kwam met haar hoofd hard op de vloer terecht. Kivrin sprong over de bank en knielde bij haar neer. ‘Rosemund, Rosemund!’ zei ze. ‘Hoor je me?’
Het meisje verroerde zich niet. Ze had haar gekwetste arm uitgestoken om haar val te breken en haar gezicht vertrok toen Kivrin hem aanraakte, maar ze deed haar ogen niet open. Kivrin keek gespannen over haar schouder. Imeyne was nergens te zien. Ze wilde opstaan.
Rosemund deed haar ogen open. ‘Niet weggaan,’ zei ze.
‘Ik moet hulp gaan halen.’
Rosemund schudde haar hoofd.
‘Vader Roche!’ riep Kivrin, maar die kon haar niet horen door de zware deur van de ziekenkamer. Vrouwe Eliwys kwam de zaal in en rende over de tegels.
‘Heeft ze de blauwe ziekte?’ vroeg Eliwys.
Nee. ‘Ze is gevallen,’ zei Kivrin. Ze legde haar hand op Rosemunds gewonde arm. De huid voelde gloeiend aan. Rosemund had haar ogen weer gesloten en ze haalde langzaam en gelijkmatig adem, alsof ze in slaap was gevallen.
Kivrin trok de zware mouw op tot over de schouder van het meisje en tilde de arm op om naar haar oksel te kijken. Rosemund probeerde haar arm los te trekken, maar Kivrin hield hem stevig vast.
De buil was niet zo groot als die van de klerk, maar hij was vuurrood en hard. O nee, dacht Kivrin. Nee toch. Rosemund kreunde en Kivrin legde de arm behoedzaam neer en trok de mouw eronder.
‘Wat is er gebeurd?’ vroeg Agnes, die op de trap stond. ‘Is Rosemund ziek?’
Dit mag niet gebeuren, dacht Kivrin. Ik moet hulp halen. Iedereen is bij de klerk geweest, zelfs Agnes, en ze kunnen er niets tegen beginnen. Antimicrobia worden pas over zeshonderd jaar uitgevonden.
‘Het is de straf voor uw zonden,’ zei Imeyne.
Kivrin keek op. Eliwys staarde afwezig naar haar schoonmoeder, alsof ze haar niet had gehoord.
‘Uw zonden en die van Gawyn,’ zei Imeyne.
‘Gawyn,’ zei Kivrin. Hij moest haar naar het rendez-vous brengen en dan kon ze hulp halen. Dokter Ahrens en meneer Dunworthy wisten wel wat ze moesten doen. De dokter zou haar vaccins en streptomycine meegeven.
‘Waar is Gawyn?’ vroeg Kivrin. Eliwys stond nu naar haar te kijken en ook haar gezicht was vol verlangen, vol hoop. Hij heeft eindelijk haar aandacht weten te trekken, dacht Kivrin. ‘Gawyn,’ zei ze. ‘Waar is hij?’
‘Weg,’ zei Eliwys.
‘Waarheen? Ik moet hem spreken. We moeten hulp gaan halen.’
‘Er is geen hulp,’ zei vrouwe Imeyne. Ze knielde bij Rosemund neer en vouwde haar handen. ‘Het is de straf van God.’
Kivrin stond op. ‘Waar is hij naartoe?’
‘Naar Bath,’ zei Eliwys. ‘Hij gaat mijn gemaal halen.’
Ik moet ook dit maar allemaal vastleggen. Gilchrist hoopte dat we ooit nog eens een verslag uit de eerste hand van de Zwarte Dood zouden krijgen en dit is het dan.
De eerste zieke was de klerk uit het gezelschap van de gezant. Ik weet niet of hij al ziek was toen hij hier aankwam. Misschien was zijn ziekte juist de reden waarom ze niet rechtstreeks naar Oxford gingen en wilden ze hem bij ons achterlaten. Bij hun vertrek op kerstochtend was hij in elk geval ziek en dat betekent dat hij de avond daarvoor vermoedelijk al besmettelijk was, toen hij met de helft van het dorp in aanraking was geweest.
Hij heeft Rosemund aangestoken, de dochter van heer Guillaume. Zij werd ziek op tweede kerstdag, geloof ik. Ik heb geen idee meer welke dag het is. De klerk en het meisje hebben allebei builenpest. De buil van de klerk is opengegaan, die van Rosemund is hard en wordt steeds groter. Hij heeft nu ongeveer de omvang van een walnoot. De huid eromheen is rood. Ze hebben allebei hoge koorts en af en toe liggen ze te ijlen.
Vader Roche en ik hebben ze in de ziekenkamer gelegd en de dorpelingen gewaarschuwd binnen te blijven, maar ik ben bang dat het al te laat is. Bijna iedereen was voor het kerstfeest in de kerk of op het open veld en de hele familie van heer Guillaume is met de klerk in aanraking geweest.
Ik kan me jammer genoeg niet herinneren of de ziekte al besmettelijk is voordat de symptomen optreden en hoe lang de incubatietijd is. Ik weet dat er drie vormen van de pest zijn en dat longpest het besmettelijkst is, omdat die wordt overgedragen door het speeksel en door aanraking. Ik denk dat de klerk en Rosemund allebei builenpest hebben.
Ik ben zo bang, dat ik nauwelijks weet wat ik doe. Soms word ik ineens overvallen door paniek en zou ik niets liever willen dan uit deze ziekenkamer wegrennen, het huis en het dorp uit, weg van die afschuwelijke ziekte!
Ik ben natuurlijk tegen de pest ingeënt, maar ondanks al die andere vaccins ben ik in het begin toch ook ziek geweest en het zweet breekt me uit als de klerk mij aanraakt. Vader Roche vergeet telkens zijn masker voor te doen en ik ben erg bang dat hij het ook zal krijgen, of Agnes. En ik ben bang dat de klerk en Rosemund zullen sterven. Dat iemand in het dorp longpest zal krijgen, dat Gawyn niet meer terugkomt, dat ik de open plek niet op tijd zal vinden.
Ik ben nu wat rustiger. Ik geloof dat het helpt als ik tegen u kan praten, ook al zult u me misschien nooit horen.
Rosemund is jong en sterk. Niet iedereen is aan de pest gestorven. In sommige dorpen waren helemaal geen doden.
27
Ze brachten Rosemund naar boven en legden haar op een strozak in de smalle ruimte naast het bed. Roche legde een linnen laken op de zak en ging naar de hooizolder om dekens te halen.
Kivrin was bang dat Rosemund zou schrikken van de klerk met zijn groteske tong en zwart uitgeslagen huid, maar het meisje schonk nauwelijks aandacht aan hem. Ze trok haar schort en schoenen uit en strekte zich dankbaar uit op het smalle bed. Kivrin nam de sprei van konijnebont en legde die over haar heen.
‘Ga ik nou net zo schreeuwen en springen als de klerk?’ vroeg Rosemund.
‘Nee,’ zei Kivrin met een flauw lachje. ‘Rust maar uit. Heb je ergens pijn?’
‘In mijn buik.’ Rosemund legde haar hand op de plek. ‘En in mijn hoofd. Heer Bloet zei dat mensen gaan dansen van de koorts. Ik dacht dat hij mij alleen maar bang wilde maken. Hij zei dat ze dansten tot het bloed uit hun mond kwam en dat ze daarna stierven. Waar is Agnes?’
‘Boven bij je moeder,’ zei Kivrin. Ze had Eliwys met Agnes en Imeyne naar de bovenkamer gestuurd en gezegd dat ze niet beneden mocht komen. Eliwys was weggegaan zonder nog naar Rosemund om te kijken.
‘Mijn vader komt heel gauw,’ zei Rosemund.
‘Ssst. Je moet nu slapen.’
‘Grootmoeder zegt dat het een doodzonde is om bang te zijn voor je gemaal, maar ik kan er niets aan doen. Hij raakt me overal aan en vertelt dingen die niet waar kunnen zijn.’
Ik hoop dat hij krepeert, dacht Kivrin. Ik hoop dat hij al besmet is.
‘Mijn vader is al onderweg,’ zei Rosemund.
‘Probeer maar wat te slapen.’