Ze legden Rosemund dichter bij het vuur om de buil goed te kunnen zien. Roche knielde achter Rosemund neer en Kivrin schoof de mouw voorzichtig over haar arm naar boven. Roche tilde de arm van het meisje op.
De buil was zo groot als een appel geworden en het hele schoudergewricht was ontstoken en opgezet. De randen van de buil waren week, maar het midden was nog hard.
Kivrin nam de kruik die Roche had meegebracht, sprenkelde wat wijn op een doek en wreef zacht over de plek. Het was net of er een steen onder de huid zat en ze vroeg zich af of het mes wel scherp genoeg zou zijn.
Ze pakte het mes en hield hem aarzelend boven de bult, bang dat ze een slagader zou raken of het bloed van het meisje zou infecteren, dat alles erger zou worden.
‘Ze voelt geen pijn meer,’ zei Roche.
Kivrin keek naar Rosemund. Het meisje had zich niet bewogen, zelfs niet toen Kivrin op de buil had gedrukt. Ze staarde voor zich uit met een ontstelde blik in haar ogen. Het kan niet erger worden, dacht Kivrin. Zelfs niet als ze doodgaat.
‘Hou haar arm goed beet,’ zei Kivrin. Roche pakte de pols van Rosemund stevig vast en drukte haar arm plat tegen de grond. Rosemund gaf nog steeds geen kik.
Twee snelle inkepingen, dacht Kivrin. Ze haalde diep adem en zette de punt van het mes op de buil.
Rosemunds arm schokte en haar kleine hand balde zich tot een klauw. ‘Wat bent u aan het doen?’ vroeg ze hees. ‘Ik zeg het tegen mijn vader!’
Kivrin trok haar hand terug. Roche drukte Rosemunds arm weer naar beneden en ze probeerde hem met haar andere hand weg te slaan.
‘Ik ben de dochter van heer Guillaume D’Iverie,’ zei ze. ‘U kunt me niet zo bejegenen.’
Kivrin schoof bij haar vandaan en stond op om het mes op veilige afstand te houden. Roche boog naar voren en pakte met één hand de beide polsen van Rosemund. Het meisje probeerde Kivrin te schoppen. De kelk viel om en de wijn vloeide in een donker straaltje over de vloer.
‘We moeten haar vastbinden,’ zei Kivrin. Ze hield het mes in de lucht, alsof ze iemand wilde neersteken. Ze wikkelde het in een reep linnen en begon een van Imeynes doeken aan stukken te scheuren.
Roche bond de polsen van Rosemund vast en Kivrin deed hetzelfde met haar enkels, die ze aan een poot van een van de omgekeerde banken vastmaakte. Rosemund verzette zich niet, maar toen Roche haar hemd rechttrok zei ze: ‘Ik weet wie u bent. U bent de rover die vrouwe Katherine heeft overvallen.’
Roche drukte haar arm met zijn volle gewicht tegen de grond terwijl Kivrin de buil opensneed.
Na de eerste druppel begon het bloed uit de wond te gutsen en Kivrin dacht dat ze een slagader had geraakt. Ze pakte snel een stel doeken en drukte die tegen de wond. Het linnen was meteen doordrenkt en het bloed stroomde uit de kleine snede toen ze andere doeken van Roche aanpakte. Ze drukte de zoom van haar kleed tegen de wond en Rosemund jammerde zachtjes, hetzelfde hoge gepiep als van Agnes’ hondje, en ze leek in te storten.
Ik heb haar vermoord, dacht Kivrin.
‘Ik kan het bloeden niet stelpen,’ zei ze, maar het was al veel minder geworden. Ze hield de punt van haar kleed ertegen terwijl ze tot tweehonderd telde, waarna ze langzaam een hoekje optilde om naar de wond te kijken.
Er kwam nog steeds wat bloed uit de snede, vermengd met een dikke, geelgrijze etter. Roche wilde het wegvegen met een doek, maar Kivrin hield hem tegen. ‘Nee, daar zit de ziekte in.’ Ze nam de doek uit zijn hand. ‘Raak het niet aan.’
Ze veegde het vieze vocht weg. Er kwam nog een beetje uit de wond, gevolgd door een waterig serum. ‘Ik geloof dat dat alles was,’ zei ze tegen Roche. ‘Geef me de wijn eens.’
Ze zocht een schoon doekje, maar die waren er niet meer. Ze hadden ze allemaal gebruikt om het bloeden te stelpen. Kivrin hield de wijnkruik voorzichtig schuin en goot wat van de donkere vloeistof in de wond. Rosemund verroerde zich niet. Al het bloed leek uit haar gezicht te zijn weggetrokken, wat ook het geval was. Ik kan haar geen bloedtransfusie geven, dacht Kivrin. Ik heb niet eens een schone doek.
Roche maakte Rosemunds handen los en voelde haar pols. ‘Haar hart klopt nu sterker,’ zei hij.
‘We hebben niet genoeg doeken,’ zei Kivrin, die in snikken uitbarstte.
‘Mijn vader zal je laten hangen,’ zei Rosemund.
Rosemund is bewusteloos. Ik heb gisteravond geprobeerd de buil door te steken om de infectie te stuiten, maar ik ben bang dat het alleen maar erger is geworden. Ze heeft heel veel bloed verloren. Ze is erg bleek en ik kan bijna geen polsslag meer voelen.
Ook de klerk is er slechter aan toe. Hij heeft telkens nieuwe bloeduitstortingen en het einde nadert. Dokter Ahrens zei dat pestlijders binnen vier of vijf dagen stierven, maar zo lang kan hij het onmogelijk uithouden.
Vrouwe Eliwys, vrouwe Imeyne en Agnes zijn nog steeds gezond, hoewel Imeyne wel krankzinnig lijkt te zijn geworden. Ze ziet in iedereen een zondebok. Vanmorgen gaf ze Maisry een oorvijg en zei dat haar luiheid en stommiteiten de plaag over ons hebben gebracht.
Maisry is echt lui en stompzinnig. Ik kan Agnes geen vijf minuten aan haar toevertrouwen en toen ik haar vanochtend water liet halen om Rosemund te wassen, kwam ze meer dan een halfuur later zonder water terug.
Ik heb er niets van gezegd. Ik wil niet dat vrouwe Imeyne haar nog eens slaat en bovendien kan het niet lang meer duren voordat ze mij de schuld gaat geven. Ik zag dat ze over haar getijdenboek naar me zat te kijken toen ik zelf water ging putten en ik kan me goed voorstellen wat ze denkt, namelijk dat ik voor de pest op de vlucht ben geslagen en er daarom zoveel van weet, dat ik alleen maar deed alsof ik mijn geheugen kwijt was, dat ik in werkelijkheid ziek was.
Ik ben bang dat ze ook vrouwe Eliwys nog zover krijgt dat ze mij als de oorzaak van alle ellende gaat zien, dat ze weer contact met de buitenwereld gaan zoeken en dat alleen bidden ons nog kan helpen.
En hoe moet ik mezelf verdedigen als ze mij beschuldigt? Door te zeggen dat ik uit de toekomst ben gekomen waar we alles weten, behalve hoe je zonder streptomycine de pest bestrijdt en hoe je in je eigen tijd terug moet komen?
Gawyn is nog altijd niet terug. Eliwys is op van de zenuwen. Toen Roche voor de vespers naar de kerk ging, stond ze zonder mantel of hoofdkap bij de poort naar de weg te kijken. Misschien beseft ze ook dat hij al besmet kan zijn geweest voordat hij naar Bath vertrok. Hij was met de gezant van de bisschop naar Courcy gegaan en hij had al van de epidemie gehoord.
Ulf de baljuw is de dood nabij en zijn vrouw en een van zijn zoons zijn ziek. Alleen de vrouw heeft een paar kleine bulten aan de binnenkant van haar dijbeen. Ik moet Roche er voortdurend aan herinneren dat hij zijn masker moet dragen en de zieken zo min mogelijk moet aanraken.
De middeleeuwers zouden zich tijdens de Zwarte Dood als lafaards hebben gedragen en in paniek op de vlucht zijn gegaan, met de priesters voorop, maar daar is geen sprake van.
Iedereen is bang, maar ze doen allemaal wat ze kunnen en Roche is gewoon fantastisch. Hij hield de hand van de zieke vrouw vast terwijl ik haar onderzocht en hij schuwt ook de akeligste werkjes niet, zoals het uitspoelen van Rosemunds wond en het schoonmaken van kamerpotten. Hij schijnt nergens angst voor te hebben. Ik weet niet waar hij die moed vandaan haalt.
Intussen zegt hij ook al zijn dagelijkse gebeden, waarbij hij God vertelt hoe het met Rosemund gaat en wie er nog meer ziek is geworden, compleet met alle symptomen. Hij praat alsof God tegenover hem zit, net zoals ik tegen u praat.