Выбрать главу

32

Apocalyptisch was hoogstwaarschijnlijk de juiste uitdrukking om zijn plan te beschrijven, dacht Dunworthy. Hij was uitgeput toen Colin hem terugbracht naar zijn kamer en hij voelde dat hij weer koorts had. Colin hielp hem in bed. ‘Gaat u maar rusten. U mag geen terugval krijgen als u Kivrin wilt redden.’

‘Ik moet Badri spreken,’ zei hij. ‘En Finch.’

‘Laat alles maar aan mij over.’ Colin rende de kamer uit.

Hij moest zichzelf en Badri uit het ziekenhuis zien te krijgen en een arts naar het lab laten komen voor het geval Kivrin ziek was. Hij moest zich laten inenten tegen de pest. Hij vroeg zich af hoe snel het vaccin werkzaam zou zijn. Mary had Kivrin ingeënt toen ze in het ziekenhuis was om haar recorder in haar pols te laten zetten. Dat was twee weken voor haar vertrek geweest, maar misschien had het vaccin niet zo lang nodig.

De zuster kwam binnen om zijn temperatuur op te nemen. ‘Mijn dienst zit er zo op,’ zei ze, op zijn armband kijkend.

‘Wanneer mag ik naar huis?’ vroeg hij.

‘Naar huis?’ Ze klonk verbaasd. ‘Ik geloof dat u zich een stuk beter voelt.’

‘Ik ben beter,’ zei hij. ‘Wanneer?’

Ze fronste haar wenkbrauwen. ‘Een eindje door de gang lopen is nog heel wat anders dan naar huis gaan.’ Ze stelde het infuus bij. ‘We mogen het niet overdrijven.’

Ze ging weg en een paar minuten later kwamen Colin en Finch binnen. Colin gooide zijn boek op Dunworthy’s benen. ‘Dit kunt u misschien gebruiken om te weten wat u aan moet trekken. Nu ga ik Badri halen.’ Hij holde weer weg.

‘U ziet er veel beter uit, meneer,’ zei Finch. ‘Daar ben ik blij om, want u bent dringend nodig op Balliol. Mevrouw Gaddson beweert dat wij de gezondheid van haar zoon ondermijnen. De combinatie van de epidemie en Petrarca is hem te veel geworden. Ze dreigt een klacht in te dienen bij de rector.’

‘Zeg maar dat ze dat vooral moet doen,’ zei Dunworthy. ‘Basingame zit ergens in Schotland. Je moet voor me uitzoeken wanneer een vaccin tegen de pest werkzaam is en het lab moet in gereedheid worden gebracht voor een reis.’

‘We gebruiken het als opslagruimte,’ zei Finch. ‘Er zijn diverse zendingen uit Londen binnengekomen, maar er zat geen wc-papier bij, hoewel ik uitdrukkelijk had gevraagd…’

‘Sla alles maar op in de eetzaal. Het net moet zo snel mogelijk klaar zijn.’

Colin duwde de deur met zijn elleboog open en reed Badri naar binnen in zijn rolstoel. ‘We moesten langs de zuster sluipen,’ zei hij buiten adem. Hij duwde de rolstoel naar het bed.

‘Ik wil dat je…’ Dunworthy zweeg toen hij Badri zag. Het was onmogelijk. Badri zou nooit in staat zijn het net te bedienen. Hij zag er nu al afgemat uit en hij zat aan de zak van zijn badjas te plukken, net als hij eerder met zijn ceintuur had gedaan.

‘We hebben twee terminals, een lichtmeter en een poort nodig,’ zei Badri. Ook zijn stem was vermoeid, maar hij klonk niet wanhopig meer. ‘En we hebben toestemming nodig voor de reis en voor het ophalen van Kivrin.’

‘Heb je de demonstranten bij Brasenose nog gezien?’ vroeg Dunworthy aan Colin. ‘Kunnen zij ons niet tegenhouden?’

‘Nee, die zijn naar het kantoor van Monumentenzorg gegaan,’ zei Colin. ‘Ze willen een einde maken aan de opgraving in Skendgate.’

Gelukkig, dacht Dunworthy. Dan heeft Montoya het te druk om zich ermee te bemoeien en te druk om naar Kivrins recorder te zoeken.

‘Wat heb je verder nog nodig?’ vroeg hij aan Badri.

‘Extra geheugen voor de kopie.’ Hij haalde een stuk papier uit zijn zak en keek ernaar. ‘En een modem voor de computer om de parameters na te rekenen.’

Hij gaf het lijstje aan Dunworthy, die het aan Finch doorgaf. ‘Er moet een ambulance klaarstaan voor Kivrin,’ zei Dunworthy, ‘en ik wil een telefoon in deze kamer hebben.’

Finch keek fronsend naar de lijst.

‘Vertel me niet dat we er doorheen zijn,’ zei Dunworthy, voordat Finch kon protesteren. ‘Zorg dat je alles krijgt, al moet je het stelen.’ Hij keek weer naar Badri. ‘Heb je nog meer nodig?’

‘Ik moet het ziekenhuis uit, dat is misschien nog het grootste obstakel.’

‘Hij heeft gelijk,’ zei Colin. ‘Dat ouwe mens laat hem nooit gaan. We moesten achter haar rug hierheen komen.’

‘Wie is je arts?’ vroeg Dunworthy.

‘Dokter Gates, maar…’

Dunworthy onderbrak hem. ‘We kunnen hem vast wel duidelijk maken dat het een noodgeval is.’

Badri schudde zijn hoofd. ‘We mogen hem zeker niet vertellen wat er aan de hand is. Ik mocht weg om het net te openen toen u ziek was. Hij was het er toen al niet mee eens en sinds ik die terugval heb gekregen…’

Dunworthy keek hem gespannen aan. ‘Weet je zeker dat je ertoe in staat bent? Misschien wil Andrews komen nu de epidemie onder controle is.’

‘Daar is geen tijd voor,’ zei Badri. ‘En het was mijn schuld. Ik wil het doen. Misschien kan Finch een andere arts vinden.’

‘Ja,’ zei Dunworthy. ‘En haal dan gelijk mijn eigen arts, Finch. Ik wil hem spreken.’ Hij pakte Colins boek.

‘Ik moet andere kleren hebben.’ Hij bladerde in het boek om een illustratie van middeleeuwse kledij te vinden. ‘Geen kleefband, geen ritsen, geen drukknopen.’ Hij vond een foto van Boccaccio en liet die aan Finch zien. ‘Ik betwijfel of we zoiets in huis hebben. Bel maar met de toneelvereniging en vraag of zij iets geschikts hebben.’

‘Ik zal mijn best doen, meneer.’ Finch keek weifelend naar de afbeelding.

De deur zwaaide open en de zuster kwam krakend naar binnen. ‘Meneer Dunworthy, dit is volstrekt ontoelaatbaar,’ zei ze, op een toon die zelfs veteranen uit de Tweede Falklandsoorlog de koude rillingen zou bezorgen. ‘Als u niet om uw eigen gezondheid wilt denken, hoeft u die van anderen nog niet in gevaar te brengen.’ Ze keek strak naar Finch. ‘Meneer Dunworthy mag geen bezoek meer ontvangen.’

Ze richtte haar blik op Colin en duwde hem opzij. ‘En wat heeft u hier te zoeken, meneer Chaudhuri?’ Ze keerde de rolstoel met een ruk om en Badri’s hoofd sloeg achterover. ‘Uw toestand is al verslechterd en ik wil geen nieuwe terugval op mijn geweten hebben.’ Ze duwde hem naar buiten.

‘Ik zei toch dat we hem hier nooit wegkrijgen,’ zei Colin.

De zuster keerde terug. ‘Geen bezoek,’ zei ze tegen Colin.

‘Ik kom straks terug,’ fluisterde Colin. Hij schoot langs haar de kamer uit.

Ze richtte haar oude ogen op Dunworthy. ‘Dat zullen we dan nog wel eens zien.’

Het waren geen loze woorden, want Colin kwam pas terug nadat een andere zuster de wacht had betrokken. Finch had de Gezondheidsraad gebeld. Het vaccin tegen de pest had zeven dagen nodig om gedeeltelijk effectief te worden, de normale termijn was twee weken. ‘En Finch wil weten of u ook niet tegen cholera en tyfus ingeënt moet worden.’

‘Daar is geen tijd voor,’ zei hij. Er was trouwens ook geen tijd voor het vaccin tegen de pest. Kivrin was al ruim drie weken weg en elke dag verminderde haar kans op overleven. Zelf moest hij ook nog uit het ziekenhuis zien te komen.

Zodra Colin weg was, liet hij de blonde zuster komen en vroeg de behandelend arts te spreken. ‘Ik wil naar huis,’ zei hij.

Ze lachte.

‘Ik ben helemaal beter. Ik heb vanmorgen tien keer op en neer door de gang gelopen.’

Ze schudde haar hoofd. ‘De kans op een terugval is bij dit virus bijzonder groot. Ik kan u echt niet laten gaan.’ Ze glimlachte tegen hem. ‘Waarom wilt u trouwens zo snel weg? U kunt toch nog wel een weekje bij ons blijven?’

‘Het nieuwe semester begint,’ zei hij en besefte dat het nog waar was ook. ‘Laat alstublieft de arts komen.’