Выбрать главу

‘Volgens dokter Ahrens was die Indiase meneer de enige patiënt,’ zei de zuster. Ze wees naar Dunworthy. ‘En u zei dat hij alle inentingen heeft gehad. Dan kan hij nooit een virus hebben gekregen, tenzij het ergens anders vandaan kwam. En je had toch allerlei ziekten in de middeleeuwen? Pokken en de pest?’

‘Ik ben ervan overtuigd dat Middeleeuwen alle mogelijke voorzorgen heeft genomen,’ zei Gilchrist.

‘Het is onmogelijk dat een virus door het net komt,’ zei Dunworthy boos. ‘Dat staat het ruimte-tijdcontinuüm niet toe.’

‘U stuurt er toch mensen doorheen?’ hield de vrouw aan. ‘Een virus is kleiner dan een mens.’

Dunworthy had dat argument niet meer gehoord sinds de begintijd van het net, toen de theorie nog onvolledig werd begrepen.

‘We hebben alle nodige maatregelen getroffen,’ zei Gilchrist.

‘Het net staat niet toe dat er iets passeert dat de loop der geschiedenis kan veranderen,’ zei Dunworthy. Hij wierp Gilchrist een woedende blik toe. De man riep alleen maar meer vragen op met zijn gepraat over voorzorgen en waarschijnlijkheden. ‘Straling, gifstoffen, microben, ze zijn nog nooit door een net gegaan. Als ze aanwezig zijn, gaat het net gewoon niet open.’

De vrouw leek niet overtuigd.

‘Ik verzeker u…’ begon Gilchrist, maar op dat moment kwam Mary binnen.

Ze had een stapel papieren van verschillende kleur in haar handen. Gilchrist stond meteen op. ‘Dokter Ahrens, is het mogelijk dat die virusinfectie van Chaudhuri door het net is gegaan?’

‘Natuurlijk niet.’ Ze keek hem fronsend aan alsof ze het een bespottelijk idee vond. ‘Om te beginnen kunnen ziekten niet door het net, dat zou strijdig zijn met de paradoxen. En al zou het gebeurd zijn, wat onmogelijk is, dan zou Badri er binnen het uur door besmet zijn, maar de incubatietijd is veel langer. En als het al kon, wat onmogelijk is, dan zouden wij nu’ — ze keek op haar horloge — ‘ook allemaal al ziek moeten zijn, want we zijn er meer dan drie uur geleden aan blootgesteld.’ Ze begon de formulieren te verzamelen.

Gilchrist keek haar geërgerd aan. ‘Als Waarnemend Hoofd van Geschiedenis heb ik belangrijke taken te vervullen,’ zei hij. ‘Hoe lang wilt u ons hier nog houden?’

‘Ik hoef alleen deze lijsten te hebben,’ zei ze, ‘en ik moet u nog enige instructies geven. Misschien duurt het vijf minuten.’

Ze nam de lijsten van Latimer aan. Montoya ging haastig verder met het invullen.

‘Vijf minuten?’ vroeg de ambulancezuster. ‘Bedoelt u dat we dan naar huis kunnen?’

‘Onder medisch toezicht,’ zei Mary. Ze stopte de lijsten onderop en begon de nieuwe formulieren uit te delen, waarvan het eerste giftig roze van kleur was. Het was een soort ontslagformulier, dat het ziekenhuis tegen alle claims vrijwaarde.

‘Uw bloed is onderzocht,’ ging ze verder, ‘en bij niemand is een verhoogd aantal antistoffen aangetroffen.’

Ze gaf Dunworthy een blauw formulier, dat ook het ministerie van elke aansprakelijkheid ontsloeg en een schuldbekentenis omvatte voor alle gemaakte kosten die niet onder de basisverzekering vielen.

‘Ik heb navraag gedaan bij het Wereld Influenza Centrum. Dat beveelt beperkte observatie aan, met voortdurende controle op koorts en elke twaalf uur bloedafname.’

Het volgende formulier dat ze uitdeelde was groen en droeg het opschrift ‘Instructies voor primaire contacten’. De eerste aanbeveling was: ‘Vermijd contact met andere mensen.’

Dunworthy dacht aan Finch en aan de leden van het bellenkoor, die ongetwijfeld bij het hek van Balliol op hem stonden te wachten met dagvaardingen en bijbelteksten over hel en verdoemenis, en aan al de mensen in het ziekenhuis en de voetgangers op straat die hij eerst nog zou tegenkomen.

‘Neem elk halfuur uw temperatuur op,’ zei Mary, gele formulieren uitdelend. ‘Kom onmiddellijk naar het ziekenhuis zodra uw meetband een flinke verhoging aangeeft.’ Ze tikte op haar eigen polsband. ‘Kleine schommelingen zijn normaal. De temperatuur neemt aan het eind van de middag en ’s avonds meestal toe. Alle waarden tussen 36 en 37,4 zijn normaal. Kom direct naar het ziekenhuis zodra de temperatuur hoger wordt of plotseling stijgt, of als u een van de andere symptomen begint te merken: hoofdpijn, een beklemd gevoel op de borst, verwarring of duizeligheid.’

Iedereen keek op zijn of haar monitor en voelde ongetwijfeld hoofdpijn opkomen. Dunworthy had er al de hele middag last van.

‘Ga andere mensen zoveel mogelijk uit de weg,’ zei Mary. ‘Hou zo goed mogelijk bij met wie u in contact bent geweest. We weten nog steeds niet hoe het virus wordt overgedragen, maar de meeste myxovirussen verbreiden zich via speeksel en lichamelijk contact. Was uw handen regelmatig met water en zeep.’

Ze gaf Dunworthy een ander roze formulier. Ze begon door haar kleuren heen te raken. Het was een tabel onder het kopje ‘Contacten’, met ruimte voor naam, adres, aard van het contact en tijdstip.

Jammer dat Badri’s virus zich niet aan de regels van het CDC, het ministerie en het WIC hoefde te houden. Dan had het geen schijn van kans gehad.

‘U wordt hier morgenochtend om zeven uur verwacht. Voorlopig raad ik u een flinke maaltijd en bedrust aan. Rust is de beste verdediging tegen virussen.’ Ze keek naar de ambulanceverpleegkundigen. ‘Jullie zijn met verlof zolang de quarantaine duurt.’ Ze deelde nog een paar regenboogkleurige formulieren rond en vroeg opgewekt: ‘Nog vragen?’

Dunworthy keek naar de zuster, die wel van Mary zou willen weten of de pokken door het net konden komen, maar de vrouw keek ongeïnteresseerd naar al haar papieren.

‘Kan ik terug naar mijn opgraving?’ vroeg Montoya.

‘Alleen als die binnen de quarantaine valt,’ zei Mary.

‘O, geweldig!’ Montoya propte haar papieren boos in de zakken van haar kapersjack. ‘Het hele dorp kan wegspoelen terwijl ik hier zit.’ Ze stampte de kamer uit.

‘Nog meer vragen?’ zei Mary onverstoorbaar. ‘Goed, dan zie ik u om zeven uur terug.’

De verpleegkundigen gingen weg, waarbij de vrouw alweer geeuwde en zich uitrekte alsof ze het liefst was blijven slapen. Latimer zat nog op zijn stoel en keek naar zijn monitor. Gilchrist blafte hem iets toe, waarna Latimer opstond, zijn jas aantrok en zijn paraplu en formulieren pakte.

‘Ik wil van elke nieuwe ontwikkeling op de hoogte worden gehouden,’ zei Gilchrist. ‘Ik zal Basingame zeggen dat hij moet terugkomen om de leiding in handen te nemen.’ Hij stapte de gang in, maar moest de deur openhouden voor Latimer, die een paar formulieren had laten vallen.

‘Wil jij morgen Latimer ophalen, James?’ vroeg Mary, die de ingevulde lijsten stond te bekijken. ‘Hij kan nooit onthouden dat hij hier om zeven uur moet zijn.’

‘Ik moet Badri spreken,’ zei Dunworthy.

“‘Lab, Brasenose”,’ las ze hardop. “‘Kantoor van de decaan, Brasenose. Lab, Brasenose.” Heeft niemand buiten het lab contact gehad met Badri?’

‘In de ambulance hierheen zei hij dat er iets mis was,’ zei Dunworthy. ‘Misschien is het de tijdverschuiving. Als er meer dan een week verschil is, weet ze niet wanneer ze wordt teruggehaald.’

Mary gaf geen antwoord. Fronsend keek ze de lijsten weer door.

‘Ik moet zeker weten dat er geen problemen waren met de lokalisatie,’ drong hij aan.

Ze keek op. ‘Goed dan,’ zei ze, ‘want hier hebben we ook niets aan. Badri kan de laatste drie dagen overal zijn geweest. Hij is de enige die ons kan vertellen waar hij was en met wie hij contact heeft gehad.’ Ze ging hem voor door de gang. ‘Ik heb hem laten ondervragen, maar hij is erg verward en nogal bang voor de verpleegster. Misschien heeft hij met jou minder moeite.’