Выбрать главу

Ze maakte de koordjes van Agnes’ muts vast en trok de kap over het hoofd van het meisje.

‘In Bath heb ik elke dag op Saraceen gereden,’ zei Agnes. ‘Ik wou dat we hier konden gaan rijden. Dan nam ik mijn hondje mee.’

‘Honden rijden niet op een paard,’ zei Rosemund. ‘Ze rennen ernaast.’

Agnes keek haar koppig aan. ‘Blackie is te klein om te rennen.’

‘Waarom kun je hier niet gaan rijden?’ vroeg Kivrin, om een ruzie te voorkomen.

‘Er is niemand om met ons mee te gaan,’ zei Rosemund. ‘In Bath gingen de kindermeid en een van vaders privés met ons mee.’

Een van vaders privés. Gawyn zou mee kunnen gaan, dan kon ze meteen vragen of hij haar de open plek wilde laten zien. Gawyn was in de buurt. Ze had hem eerder op de binnenplaats gezien, wat de reden was waarom ze met Agnes naar de stal wilde, maar het was nog beter als hij mee uit rijden ging.

Imeyne ging naar Eliwys toe. ‘Als we dan toch hier blijven, moeten we vlees hebben voor de pastei.’

Vrouwe Eliwys legde haar handwerk neer en stond op. ‘Ik zal de meier vragen of hij met zijn oudste zoon op jacht gaat,’ zei ze zacht.

‘En wie moet dan het loof en de hulst halen?’

‘Dat doet Vader Roche vandaag.’

‘Alleen voor de kerk,’ zei vrouwe Imeyne. ‘We moeten hier in de zaal toch iets hebben?’

‘Wij gaan het wel halen,’ zei Kivrin.

Eliwys en Imeyne draaiden allebei hun hoofd naar haar om. Dat was geen goede zet, dacht Kivrin. Ze was zo met haar gedachten bij Gawyn geweest dat ze ongevraagd iets had gezegd en zich met zaken had bemoeid die haar niet aangingen. Vrouwe Imeyne zou zich gesterkt voelen in haar overtuiging dat er een behoorlijke kindermeid uit Courcy moest worden gehaald.

‘Vergeef mij dat ik ongevraagd spreek, goede vrouwe,’ zei Kivrin met gebogen hoofd. ‘Ik weet dat er veel te doen is en dat u weinig hulp hebt. Ik kan gemakkelijk met Agnes en Rosemund naar het bos rijden om hulst te halen.’

‘Ja,’ zei Agnes gretig. ‘Dan kan ik op Saraceen rijden.’

Eliwys wilde iets zeggen, maar Imeyne was haar voor. ‘Hebt u dan geen angst voor het bos, na wat die rovers u hebben aangedaan?’

Alweer een fout. Ze was zogenaamd overvallen en voor dood achtergelaten en nu wilde ze met twee kleine meisjes het bos in.

‘Ik wilde natuurlijk niet alleen gaan,’ zei Kivrin, in de hoop dat ze het niet nog erger maakte. ‘Agnes zei dat er altijd een van de mannen meeging om haar te bewaken.’

Agnes viel haar bij. ‘Ja, Gawyn kan met ons meegaan en Blackie ook.’

‘Gawyn is er niet,’ zei Imeyne. Het bleef even stil en ze keek snel weer naar de meisjes die de tafel aan het schrobben waren.

‘Waar is hij heen?’ vroeg Eliwys kalm, maar haar wangen waren ineens vuurrood.

Imeyne pakte een doek van Maisry af en begon ermee over een vlek te wrijven. ‘Ik heb hem gevraagd iets voor mij te doen.’

‘U hebt hem naar Courcy gezonden,’ stelde Eliwys vast.

Imeyne keek haar aan. ‘Het is ongepast zo dicht bij Courcy te zijn en niets van ons te laten horen. Hij zal denken dat we hem hebben verworpen en in deze tijden kunnen we ons niet veroorloven zo’n machtig man…’

‘Mijn gemaal wil niet dat iemand van onze aanwezigheid weet,’ zei Eliwys fel.

‘Mijn zoon wil niet dat we heer Bloet beledigen en bij hem uit de gunst raken, zeker niet nu we zijn hulp dringend nodig kunnen hebben.’

‘Welke boodschap heeft u voor heer Bloet meegegeven?’

‘Gawyn moet onze beste wensen overbrengen,’ zei Imeyne. Ze wrong de doek uit. ‘En zeggen dat hij met Kerstmis hartelijk welkom is.’ Ze keek Eliwys uitdagend aan. ‘Hoe kan het ook anders, nu onze families weldra door een huwelijk met elkaar verbonden zullen worden? Hij zal voorraden voor het feest meebrengen en bedienden…’

‘En vrouwe Yvolde haar kapelaan om de mis op te dragen?’ vroeg Eliwys koel.

‘Komen ze hier?’ vroeg Rosemund. Ze was weer gaan staan, waarbij haar borduurwerk van haar schoot op de grond was gevallen.

Eliwys en Imeyne keken naar haar alsof ze vergeten waren dat er nog meer mensen in de zaal waren, daarna richtte Eliwys zich tot Kivrin. ‘Vrouwe Katherine,’ zei ze bits, ‘zou u met de kinderen niet naar het bos gaan om groen te halen?’

‘We kunnen niet weg zonder Gawyn,’ zei Agnes.

‘Vader Roche kan met jullie meegaan.’

‘Zoals u wenst, vrouwe,’ zei Kivrin. Ze nam Agnes bij de hand en ging naar de deur.

‘Komen ze hier?’ vroeg Agnes weer, met bijna net zulke rode wangen als haar moeder.

‘Dat weet ik niet,’ zei Eliwys. ‘Ga met je zusje en vrouwe Katherine mee.’

‘Ik mag op Saraceen rijden!’ zei Agnes. Ze rukte zich los en holde naar buiten.

Rosemund wilde nog iets zeggen, maar ze bedacht zich en ging haar mantel halen die aan de tussenmuur hing.

‘Zo is het wel goed, Maisry,’ zei Eliwys. ‘Ga de zoutstrooier en de zilveren schotel uit de kist in de bovenkamer halen.’

Het meisje met de littekens haastte zich weg en ook Maisry ging snel naar de ladder. Kivrin trok vlug haar mantel aan, bang dat vrouwe Imeyne weer over het bos zou beginnen, maar er werd niets meer gezegd. Imeyne stond nog steeds met de doek in haar handen en wachtte kennelijk tot Kivrin en Rosemund weg waren.

‘Komt…’ begon Rosemund, maar ze rende achter Agnes aan.

Kivrin volgde de meisjes naar buiten. Gawyn was weg, maar ze had toestemming om met de paarden naar het bos te gaan en de priester ging met hen mee. Rosemund had gezegd dat Gawyn hem onderweg was tegengekomen toen hij Kivrin naar het riddergoed bracht. Misschien had Gawyn hem de open plek laten zien.

Zo snel ze kon liep ze naar de stal, bevreesd dat Eliwys zich op het laatste moment zou bedenken, dat ze Kivrin nog niet voldoende hersteld vond of dat het te gevaarlijk was in het bos.

De meisjes hadden hetzelfde idee. Agnes zat al op haar pony en Rosemund was bezig haar merrie te zadelen. De pony was helemaal geen pony, maar een flinke vos die bijna net zo groot was als het paard van Rosemund. Agnes zat heel hoog in het zadel. Een staljongen hield het dier bij de teugels vast.

‘Sta daar niet te slapen, Cob,’ snauwde Rosemund tegen hem. ‘Zadel de ruin voor vrouwe Katherine.’

Hij liet gehoorzaam de teugels los. Agnes boog naar voren om ze te pakken.

‘En niet de merrie van mama, maar de roncin!’ zei Rosemund.

‘We gaan eerst naar de kerk, Saraceen,’ zei Agnes, ‘en daarna gaan we met Vader Roche naar het bos. Saraceen vindt het heerlijk om te rijden.’ Ze boog zich gevaarlijk ver voorover om de gekortwiekte manen van het dier te strelen, maar Kivrin weerstond de neiging haar vast te pakken.

Het meisje kon blijkbaar heel goed met paarden overweg, want Rosemund en de staljongen hoefden haar nergens bij te helpen. Ze zag er toch heel nietig uit in het zadel, met de zachte zool van haar laars in de opgetrokken stijgbeugel, en Kivrin vermoedde dat ze net zo wild zou rijden als ze in huis rondliep.

Cob zadelde de ruin, bracht het dier de stal uit en bleef staan wachten.

‘Cob!’ zei Rosemund bars. Hij bukte en zette zijn handen tegen elkaar om haar een opstapje te geven. Rosemund zette haar voet op zijn handen en hees zich in het zadel. ‘Blijf daar niet zo stom staan kijken. Ga vrouwe Katherine helpen.’

Hij liep struikelend naar Kivrin toe. Ze vroeg zich af wat Rosemund ineens had. Ze was kennelijk van streek door het nieuws dat Gawyn naar heer Bloet was gegaan. Rosemund had weinig verteld over het proces waarbij haar vader betrokken was, maar misschien wist ze wel meer dan Kivrin of haar moeder en grootmoeder dachten.