De monitoren aan de muur begonnen te piepen en heftige pieken te vertonen. Op de gang klonk een alarmbel.
‘Dat zou ik niet doen,’ zei Dunworthy. Hij probeerde Badri tegen te houden.
‘Hij is in de pub.’ Badri scheurde de tape los.
De schermen werden direct leeg. ‘Losgekoppeld,’ zei een computerstem. ‘Losgekoppeld.’
De zuster kwam snel de kamer in. ‘O jee, dat is nu al de tweede keer,’ zei ze. ‘Meneer Chaudhuri, dat mag u beslist niet doen. Straks is het hele infuus naar de maan.’
‘Ga Dunworthy halen, nu!’ zei hij. ‘Er is iets mis.’ Maar hij ging weer liggen en liet de deken over zich heen trekken. ‘Waarom komt hij niet?’
Dunworthy wachtte terwijl de zuster de canule opnieuw vastmaakte en de monitoren bijstelde. Badri zag er afgemat en apathisch uit, bijna verveeld. Op zijn arm vormde zich al een nieuwe blauwe plek.
‘Ik geloof dat ik de dokter om een kalmerend middel moet vragen,’ zei de zuster voordat ze wegging.
‘Ik ben er al, Badri,’ zei Dunworthy. ‘Je wilde me iets vertellen. Badri, kijk me aan. Wat is er mis?’
Badri keek hem aan, maar zonder belangstelling.
‘Is er een grote verschuiving, Badri? Is Kivrin in de Zwarte Dood terechtgekomen?’
‘Ik heb geen tijd,’ zei Badri. ‘Ik ben er zaterdag en zondag geweest.’ Hij begon weer te typen. Zijn vingers vlogen zonder ophouden over de deken. ‘Dat kan niet goed zijn.’
De zuster kwam terug met een infuuszak. ‘Gelukkig,’ zei Badri en zijn gezicht ontspande zich, alsof hij van een grote last was bevrijd. ‘Ik weet niet wat er met me was. Ik had zo’n verschrikkelijke hoofdpijn.’
Zijn ogen vielen al dicht voordat de infuuszak was aangesloten en hij begon zachtjes te snurken.
De zuster ging met Dunworthy naar buiten. ‘Waar kan ik u bereiken als hij weer naar u vraagt?’ vroeg ze.
Hij gaf haar zijn nummer. ‘Wat heeft hij precies gezegd?’ vroeg hij, terwijl hij de ziekenhuiskleding uittrok. ‘Voordat ik kwam?’
‘Hij riep telkens uw naam en zei dat hij u moest vinden, dat hij u iets belangrijks moest vertellen.’
‘Heeft hij iets over ratten gezegd?’ zei hij.
‘Nee. Hij had het wel over Karen of Katherine…’
‘Kivrin.’
Ze knikte. ‘Ja. Hij zei dat hij Kivrin moest vinden. En hij vroeg of het laboratorium open was. Daarna zei hij nog iets over een lam, maar over ratten heb ik hem niet gehoord. Ik kan hem trouwens soms helemaal niet volgen.’
Hij gooide de handschoenen in de wasmand. ‘Ik wil dat u alles opschrijft. Natuurlijk niet als u het niet kunt volgen,’ voegde hij eraan toe voordat ze kon protesteren. ‘Maar wel al het andere. Ik kom vanmiddag terug.’
‘Ik zal het proberen,’ zei ze. ‘Het is voornamelijk wartaal.’
Hij ging naar beneden. Voornamelijk wartaal, koortsdromen zonder betekenis. Hij ging naar buiten en probeerde een taxi te vinden. Hij wilde zo snel mogelijk terug naar Balliol om met Andrews te praten. Hij moest de lokalisatie controleren.
Dat kan niet goed zijn, had Badri gezegd, en daarmee moest hij het tijdverschil bedoelen. Misschien had hij zich vergist toen hij zei dat het maar vier uur was en was het in werkelijkheid vier jaar. Of achtentwintig?
‘U kunt beter gaan lopen,’ zei iemand. Het was de jongen met het beschilderde gezicht. ‘U kunt hier nog uren op een taxi staan wachten. Ze zijn allemaal gevorderd door die verdomde politici.’ Hij gebaarde naar een taxi die net voor de ingang stopte. Achter de voorruit stond een kaart van de Gezondheidsraad.
Dunworthy bedankte de jongen en ging te voet op weg naar Balliol. Het regende weer en hij liep snel door. Hopelijk had Andrews gebeld en was hij al onderweg. Ga Dunworthy halen, had Badri gezegd. Er is iets mis. Het was duidelijk dat hij opnieuw beleefde wat er was gebeurd nadat hij de lokalisatie had voltooid, toen hij door de regen naar de Lamb and Cross was gerend om hem te halen. Dat kan niet goed zijn, had hij gezegd.
Dunworthy holde het binnenplein over en ging naar zijn kamer. Hij was bang dat mevrouw Taylor door het geklingel van haar klokkenspel de telefoon niet kon horen, maar toen hij de deur opende stonden de vrouwen midden in de kamer met hun maskers voor. Ze hieven hun gevouwen handen boven hun hoofd in een gebaar van triomf en maakten vervolgens de een naar de ander in plechtig zwijgen een kniebuiging.
‘Een assistent van meneer Basingame heeft gebeld,’ zei Taylor, al buigend. ‘Hij zei dat Basingame ergens in de Highlands moest zitten. En u moet Andrews terugbellen. Ik heb hem net aan de lijn gehad.’
Dunworthy tikte opgelucht het nummer in. Terwijl hij op de verbinding wachtte, keek hij naar de eigenaardige dans van het koor en probeerde het patroon te ontdekken. Taylor strekte en boog zich min of meer regelmatig, maar in de bewegingen van de andere vrouwen kon hij geen orde onderscheiden. Mevrouw Piantini, die de langste van het stel was, stond met gespannen gezicht te tellen.
‘Je kunt Oxford zonder problemen binnenkomen,’ zei hij zodra Andrews opnam. ‘Wanneer kom je?’
‘Dat wordt een probleem, meneer,’ zei Andrews. Het beeld was te wazig om zijn gezicht duidelijk te kunnen zien. ‘Ik geloof niet dat het verstandig is. Ik heb het nieuws de hele tijd gevolgd, meneer. Ze zeggen dat het Indische virus levensgevaarlijk is.’
‘Je hoeft helemaal niet in contact met zieken te komen,’ zei Dunworthy. ‘Ik kan ervoor zorgen dat je regelrecht naar het lab van Brasenose gaat. Je hebt niets te vrezen. Het is heel erg dringend.’
‘Jawel, meneer, maar ze zeggen dat het virus zich misschien verspreidt via de verwarmingsinstallatie van de universiteit.’
‘De universiteit heeft geen verwarmingsinstallatie,’ zei Dunworthy, ‘en de ketels van de diverse colleges zijn ruim honderd jaar oud en niet in staat om iets te verwarmen, laat staan om een virus te verspreiden.’ De koorleden draaiden allemaal hun hoofd naar hem om, maar onderbraken hun dans niet. ‘Het heeft daar helemaal niets mee te maken, net zomin als met India of de wraak van God. Het is in South Carolina begonnen. Het vaccin is al onderweg. Je bent hier volkomen veilig.’
Andrews was niet overtuigd. ‘Toch geloof ik niet dat het verstandig zou zijn als ik naar Oxford ging, meneer.’
Het koor hield abrupt op. ‘Sorry,’ zei mevrouw Piantini, en ze zetten hun dans weer voort.
‘Het is absoluut noodzakelijk dat iemand de lokalisatie controleert. Een van onze historici zit in 1320 en we weten niet hoeveel verschuiving er is opgetreden. Je kunt gevarengeld van me krijgen.’ Dunworthy besefte meteen dat hij precies het verkeerde had gezegd. ‘Ik kan het lab laten isoleren en je krijgt beschermende kleding en…’
‘Ik zou het door de telefoon kunnen doen,’ zei Andrews. ‘Een vriendin van me kan wel voor de verbinding met de computer zorgen. Ze studeert in Shrewsbury.’ Hij zweeg even. ‘Dat is alles wat ik voor u kan doen. Sorry.’
‘Sorry,’ herhaalde Piantini.
‘Nee, nee, u bent als tweede aan de beurt,’ zei Taylor. ‘Het is twee-drie op en neer en drie-vier neer en dan weer van voren af aan. En kijk naar de anderen, niet naar de grond. Een, twee, daar gaan we.’ Ze zetten hun menuet weer in.
‘Het risico is gewoon te groot,’ zei Andrews.
Het was duidelijk dat hij zich niet zou laten overhalen. ‘Hoe heet die vriendin in Shrewsbury?’ vroeg Dunworthy.
‘Polly Wilson,’ zei Andrews opgelucht. Hij gaf Dunworthy haar nummer. ‘Legt u maar uit waar het om gaat. Ik blijf hier bij de telefoon.’ Hij wilde neerleggen.
‘Wacht!’ zei Dunworthy. De Amerikaanse vrouwen keken hem afkeurend aan. ‘Wat is de maximale verschuiving voor een reis naar 1320?’
‘Ik heb geen idee,’ antwoordde Andrews onmiddellijk. ‘De verschuiving is moeilijk te voorspellen. Er spelen zoveel factoren mee.’