‘Doe eens een schatting,’ zei Dunworthy. ‘Zou het verschil achtentwintig jaar kunnen zijn?’
‘Achtentwintig jaar?’ zei Andrews verwonderd. Dunworthy slaakte een zucht van verlichting. ‘Nou, dat lijkt me niet. Het verschil loopt meestal op als je verder teruggaat, maar niet exponentieel. Er wordt een schatting gemaakt aan de hand van de parameters.’
‘Die heeft Middeleeuwen niet vastgesteld.’
‘En toch sturen ze iemand op weg?’ zei Andrews geschokt.
‘Zonder parameters, zonder onbemande proeven, zonder verkenning,’ zei Dunworthy. ‘Daarom is het zo belangrijk dat de lokalisatie wordt nagerekend. Je moet iets voor me doen.’
Andrews verstrakte.
‘Je hoeft er niet voor naar Oxford te komen,’ zei Dunworthy haastig. ‘Jesus College heeft een lab in Londen ingericht. Ik wil dat je daarheen gaat en de parameters natrekt voor een reis naar 13 december 1320, twaalf uur ’s middags.’
‘Wat zijn de coördinaten?’
‘Die weet ik niet. Dat kan ik op Brasenose wel navragen. Bel me hier op zodra je hebt vastgesteld wat de maximale verschuiving kan zijn. Wil je dat doen?’
‘Ja,’ zei Andrews, maar hij keek weer erg weifelend.
‘Dank je. Ik zal Polly Wilson zeggen waar het om gaat. Je hoort van me zodra ze alles in gereedheid heeft gebracht.’ Dunworthy legde neer voordat Andrews zich kon bedenken.
Hij bleef met de hoorn in zijn hand staan en keek naar de danseressen. De volgorde wisselde voortdurend, maar mevrouw Piantini raakte de tel niet meer kwijt.
Hij belde Polly Wilson om te vragen of ze voor een computerverbinding kon zorgen. Hij was bang dat zij ook naar het nieuws had gekeken en zou denken dat de verwarming van Brasenose niet te vertrouwen was, maar ze stemde zonder aarzelen toe. ‘Ik moet een poort zien te vinden. Ik ben over drie kwartier in het lab.’
Hij liet het bellenkoor over aan hun oefeningen en ging naar Brasenose. Het regende niet zo hard meer en er waren weer wat mensen op straat, hoewel veel winkels gesloten waren. Het carillon van Carfax moest helemaal zijn geautomatiseerd, of anders was de beiaardier in een ijlkoorts geraakt, want het speelde nog steeds ‘Bring a Torch, Jeanette Isabelle’ of misschien wel ‘O denneboom’.
Bij een Indiase groentewinkel stonden drie betogers en voor de ingang van Brasenose nog een stel. Ze droegen een groot spandoek met de tekst: TIJDREIZEN SCHAADT DE GEZONDHEID. Hij herkende een jonge vrouw, een van de ambulanceverpleegkundigen die Badri naar het ziekenhuis hadden gebracht.
De centrale verwarming, de Europese Unie en nu tijdreizen. Tijdens de Pandemie waren het de Amerikaanse bacteriologische wapens en de ventilatiesystemen geweest. In de middeleeuwen had Satan of een passerende komeet de schuld gekregen. Als bekend werd dat het virus uit South Carolina stamde, zou iedereen wel de beschuldigende vinger uitsteken naar de Confederatie of naar Texaanse kippepoten.
Hij ging naar de portiersloge in de poort. De kerstboom stond tegen de muur met bovenop een engel. ‘Ik verwacht een studente van Shrewsbury die hier wat communicatieapparatuur komt opstellen,’ zei hij tegen de portier. ‘We moeten in het lab zijn.’
‘Dat is verboden terrein, meneer.’
‘Verboden?’
‘Jawel. De deur is op slot en er wordt niemand toegelaten.’
‘Hoezo? Wat is er gebeurd?’
‘Het is de epidemie, meneer.’
‘Welke epidemie?!’
‘Misschien kunt u beter naar de heer Gilchrist gaan.’
‘Misschien wel. Zeg maar dat ik er ben en dat ik in het lab moet zijn.’
‘Ik ben bang dat hij op het moment afwezig is.’
‘Waar is hij dan?’
‘In het ziekenhuis, meen ik. Hij…’
Dunworthy wachtte de rest niet af. Onderweg naar het ziekenhuis besefte hij dat Polly Wilson nu niet wist waar hij gebleven was. Pas bij de ingang drong het tot hem door dat Gilchrist misschien zelf ziek was geworden.
Zijn verdiende loon, dacht hij, maar Gilchrist zat blakend van gezondheid in de kleine wachtkamer. Hij had zijn masker voor en rolde zijn mouw op om zich te laten inenten.
‘Ik hoor van de portier dat het lab is gesloten,’ zei hij. ‘Ik moet er zijn. Ik heb een ingenieur gevonden die de lokalisatie door de telefoon kan natrekken. We moeten de computer aansluiten.’
‘Dat zal helaas niet gaan,’ zei Gilchrist. ‘Het lab is onder quarantaine zolang de bron van het virus niet is vastgesteld.’
‘De bron van het virus?’ zei Dunworthy op ongelovige toon. ‘Daarvoor moet je in South Carolina zijn.’
‘Dat weten we pas zeker als er een stellige identificatie is. Voorlopig leek het me verstandig het risico voor de universiteit zoveel mogelijk te beperken door het laboratorium op slot te doen. En als u me nu wilt verontschuldigen, ik ben hier voor een injectie.’ Hij ging langs Dunworthy naar de zuster, die met de spuit in haar hand stond te wachten.
Dunworthy hield hem bij een arm tegen. ‘Wat voor risico in vredesnaam?’
‘Er is de nodige beroering ontstaan over de mogelijkheid dat het virus door het net is gekomen.’
‘Beroering? Dat handjevol idioten die bij Brasenose met een spandoek staan te zwaaien?’ riep Dunworthy.
‘Dit is een ziekenhuis, meneer,’ zei de zuster. ‘Wilt u niet zo schreeuwen?’
Hij sloeg geen acht op haar. ‘Er was zogenaamd ook de nodige beroering over de immigratiewetten van de Europese Unie,’ zei hij. ‘Bent u nu ook ineens een voorstander van uittreding?’
Gilchrist keek hem aan en trok zijn neus op onder het masker. ‘Als waarnemend hoofd van de faculteit der Geschiedenis, is het mijn taak de belangen van de universiteit te behartigen. Zoals u ongetwijfeld weet, hebben wij onze positie te danken aan het vertrouwen dat de inwoners van Oxford in ons stellen. Het leek mij het beste de onrust onder de bevolking weg te nemen door het laboratorium te sluiten tot het virus is geïdentificeerd. Zodra vaststaat dat het inderdaad uit South Carolina komt, zal het lab uiteraard onmiddellijk weer worden opengesteld.’
‘En hoe moet het intussen met Kivrin?’
‘Als u zich niet kunt gedragen,’ zei de verpleegster, ‘zal ik dokter Ahrens moeten waarschuwen.’
‘Graag. Ga haar meteen maar halen,’ zei Dunworthy. ‘Dan kan ze Gilchrist vertellen dat hij zich niet zo moet aanstellen. Het is onmogelijk dat het virus door het net is gekomen.’
De zuster marcheerde de kamer uit.
‘Misschien zijn die betogers te stom om iets van de natuurwetten te snappen,’ zei Dunworthy, ‘maar ze kunnen toch zeker wel begrijpen dat het net alleen náár 1320 geopend was en niet omgekeerd? Er is niets uit het verleden doorheen gekomen.’
‘In dat geval loopt Kivrin geen enkel gevaar en kunnen we rustig de identificatie afwachten.’
‘Geen enkel gevaar? U weet niet eens waar ze is!’
‘De lokalisatie is voltooid. De reis is met succes verlopen en de verschuiving is minimaal,’ zei Gilchrist. Hij schoof zijn mouw naar beneden en maakte het knoopje zorgvuldig vast. ‘Kivrin is ongetwijfeld precies waar ze hoort te zijn.’
‘Dat denkt u. Ik ben pas tevreden als ik zeker weet dat Kivrin ongedeerd is aangekomen.’
‘Ik moet u er nogmaals aan herinneren dat zij onder mijn verantwoordelijkheid valt, meneer Dunworthy.’ Hij trok zijn jas aan. ‘Ik doe wat ik het beste acht.’
‘Zoals het lab op slot doen om een stelletje halvegaren te plezieren?’ zei Dunworthy verbitterd. ‘Er is ook “de nodige beroering” ontstaan over de mogelijkheid dat dit de straf van God is. Hoe wilt u de inwoners van Oxford tot bedaren brengen? Door nieuwe martelaren naar de brandstapel te slepen soms?’
‘Dat is een beledigende opmerking. En het bevalt me helemaal niet dat u zich voortdurend in zaken mengt die u niet aangaan. U bent er van het begin af aan op uit geweest om Middeleeuwen te ondermijnen, om ervoor te zorgen dat wij geen tijdreizen konden organiseren, en nu wilt u ook mijn gezag ondermijnen. Mag ik u eraan herinneren dat ik in afwezigheid van Basingame waarnemend hoofd van de faculteit ben en dat ik als zodanig…’