De priester van de Heilige Hervormden had een polyester miskleed over een bruine jumper en een spijkerbroek gedragen. Hij had tegen Kivrin gezegd dat de mis volstrekt authentiek was, ook al was hij naar de middag verplaatst. Het antifoon dateerde uit de achtste eeuw en de gruwelijke details van de kruisweg waren een exacte kopie van het origineel in Turijn. Maar de dienst was gehouden in een voor de gelegenheid omgebouwde kantoorboekhandel, een klaptafel had als altaar dienst gedaan en het carillon van Carfax had een schallende versie van ‘It Came Upon the Midnight Clear’ ten gehore gebracht.
‘Kyrie eleïson,’ zei Cob met gevouwen handen.
‘Kyrie eleïson,’ zei Vader Roche.
‘Christe eleïson,’ zei Cob.
‘Christe eleïson,’ zei Agnes vrolijk.
Kivrin legde een vinger tegen haar lippen als teken dat ze moest zwijgen. Heer, ontferm U over ons. Christus, ontferm U over ons. Heer, ontferm U over ons.
Het Kyrie eleïson was ook tijdens de oecumenische dienst uitgesproken, waarschijnlijk als tegenprestatie van de dominee omdat de priester van de Heilige Hervormden de nachtmis had verzet. De predikant van de Kerk van het Millennium had er echter niet aan mee willen doen en had alleen maar afkeurend toegekeken. Net als vrouwe Imeyne hier.
Vader Roche werkte zonder verdere haperingen het gloria en het graduaal af, waarna hij met de Schriftlezing begon. ‘Inituim sancti Evangelii secundum Luke,’ zei hij uit zijn hoofd in gebrekkig Latijn. ‘En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus, dat het gehele rijk moet worden ingeschreven.’
De dominee van St. Mary’s Church had dezelfde verzen gelezen, maar dan — op aandringen van de Kerk van het Millennium — uit de volksbijbel, dat van deze tekst maakte: ‘In die dagen scheepte de politiek het volk op met een belastingverhoging.’
‘En plotseling was er bij de engel een grote hemelse legermacht, die God loofde, zeggende: Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens…’ Vader Roche kuste de bijbel. ‘Per evangelica dicta deleantur nostro delicta.’
Nu moest de preek komen, als dat hier tenminste de gewoonte was. In de meeste dorpskerken werd alleen bij hoogmissen gepreekt en zelfs dan was het nauwelijks meer dan een katechismusles, een opsomming van de zeven doodzonden of de zeven genadewerken. Vader Roche zou waarschijnlijk eerder preken tijdens de hoogmis op kerstochtend.
Maar de priester ging aan het eind van het middenpad staan, dat bijna weer helemaal was volgestroomd met dorpelingen die dicht opeengepakt tussen de pilaren stonden, en begon te spreken. ‘In de dagen toen Christus van de hemel op aarde zou neerdalen, zond God tekenen om zijn komst aan te kondigen, en aan het eind der tijden zullen er opnieuw tekenen zijn. Er zullen hongersnoden en pestilentiën zijn en Satan zal rondwaren in het land.’
O nee, dacht Kivrin, begin nou niet weer over de duivel op zijn zwarte paard.
Ze keek naar Imeyne. De oude vrouw trok een woedend gezicht. Kivrin besefte dat het weinig uitmaakte wat Roche zei, Imeyne had zich toch al voorgenomen hem op gebreken te betrappen die ze aan de bisschop kon doorvertellen. Vrouwe Yvolde zat er lichtelijk geërgerd bij en de andere kerkgangers hadden de verveelde gezichten van mensen die een preek moeten aanhoren, ongeacht in welke eeuw. Kivrin had precies dezelfde gelaatsuitdrukking gezien bij de dienst in St. Mary’s Church.
Die preek had als onderwerp de afvalverwerking gehad en de deken van Christ Church was als volgt begonnen: ‘Het christendom is in een stal begonnen. Zal het nu in de goot eindigen?’
Maar wat gaf het. Het was een echte nachtmis geweest in een kerk met een stenen vloer en een echt altaar. Kivrin had haar ogen maar hoeven te sluiten om de paraplu’s en de laserverlichting te vergeten. Ze had het plastic kussentje weggeschoven en was op haar knieën op de stenen vloer gaan liggen om zich voor te stellen hoe het in de middeleeuwen moest zijn geweest.
Meneer Dunworthy had haar gezegd dat de werkelijkheid heel anders zou zijn dan ze zich had voorgesteld en natuurlijk had hij gelijk. Maar niet wat deze mis betrof. Het was precies zoals ze had gedacht, met de harde vloer en het zacht gemompelde Kyrie eleïson, met de geuren van wierook en talg, met de kou.
‘De Here zal komen met vuur en pestilentie en een ieder zal vergaan,’ zei Roche, ‘maar zelfs in de laatste dagen zal Zijn genade ons niet verlaten. Hij zal ons hulp en troost zenden en ons veilig naar de hemel voeren.’
Veilig naar de hemel. Ze dacht aan meneer Dunworthy. ‘Ga toch niet,’ had hij gezegd. ‘Het zal heel anders zijn dan je je voorstelt.’ En hij had gelijk. Hij had altijd gelijk.
Maar zelfs hij, met al zijn ziektes, moordenaars en brandstapels, had zich nooit kunnen voorstellen dat ze zou kunnen verdwalen, dat ze niet wist waar ze over nog geen week moest zijn om terug naar huis te gaan. Ze keek naar Gawyn, die zijn blik op Eliwys gericht hield. Na de mis moest ze hem aanspreken.
Vader Roche ging naar het altaar voor het begin van de eigenlijke mis. Agnes leunde tegen Kivrin aan en ze sloeg een arm om het meisje heen. Het arme kind moest uitgeput zijn. Ze was al voor dag en dauw opgestaan en was al die tijd druk in de weer geweest. Kivrin vroeg zich af hoe lang de mis zou duren.
De dienst in St. Mary’s Church had vijf kwartier geduurd en halverwege het offertorium was de pieper van dokter Ahrens afgegaan. ‘Ik moet een bevalling doen,’ had ze tegen Kivrin en Dunworthy gefluisterd. ‘Is dat niet toepasselijk?’
Ik vraag me af of zij nu ook in de kerk zitten, dacht ze, tot ze zich herinnerde dat het in haar eigen tijd geen kerstavond was. Zij hadden Kerstmis al drie dagen na haar aankomst gevierd, toen ze nog ziek was. Bij hen moest het nu 2 januari zijn, bijna het eind van de vakantie. Alle versieringen waren al weggehaald.
Het begon warm te worden in de kerk en de kaarsvlammen leken alle zuurstof op te zuigen. Kivrin hoorde de mensen achter haar onrustig heen en weer schuiven terwijl Vader Roche de voorgeschreven onderdelen van de mis afwerkte, en Agnes leunde steeds dichter tegen haar aan. Ze was blij toen het sanctus begon en ze weer kon knielen.
Ze probeerde zich Oxford op 2 januari voor te stellen, met de winkels die uitverkoop hielden en het carillon van Carfax dat niet meer te horen was. Dokter Ahrens zou vooral patiënten met maagklachten krijgen en meneer Dunworthy zou zich voorbereiden op het nieuwe semester. Of nee, dacht ze, en ze zag hem achter de glazen wand staan. Hij zit over mij te piekeren.
Vader Roche hield de miskelk omhoog, knielde en kuste het altaar. Kivrin hoorde wat geschuifel en gefluister aan de kant van de mannen. Ze draaide haar hoofd om. Gawyn had een verveeld gezicht en was er wat gemakkelijker bij gaan zitten. Heer Bloet was in slaap gevallen.
Net als Agnes. Het meisje lag helemaal tegen Kivrin aan, zodat ze onmogelijk kon opstaan voor het onzevader. Ze probeerde het niet eens. Toen de anderen gingen staan, maakte ze van de gelegenheid gebruik om Agnes in haar armen te nemen. Kivrin kreeg last van haar knie, die precies tussen twee tegels op de grond rustte. Ze tilde hem een stukje op en schoof een plooi van haar mantel eronder.
Vader Roche deed een stuk brood in de kelk en sprak het haec commixtio uit, waarna iedereen knielde voor het Agnus Dei. ‘Agnus dei, qui tollis peccata mundi: miserere nobis,’ zei hij. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm u over ons.
Agnus Dei. Het Lam Gods. Kivrin keek glimlachend naar Agnes. Het kind was vast in slaap, dicht tegen Kivrin aan en met haar mond iets open, maar ze had haar vingers nog stevig om haar bel geklemd. Mijn eigen lam, dacht Kivrin.
Op haar knieën in St. Mary’s had ze wel aan echte kaarsen en een koude kerk gedacht, maar niet aan vrouwe Imeyne die de priester op elk foutje probeerde te betrappen, evenmin aan Eliwys, Gawyn of Rosemund. Of aan Vader Roche met zijn moordenaarsgezicht en versleten broek.