Ze legde de dekens op het stro en ging naar buiten om te zien of ze Gawyn kon vinden. De dorpelingen stonden zich bij het vreugdevuur te warmen en uit grote bekers te drinken. Ze herkende de rode gezichten van Maisry’s vader en van de meier, maar Gawyn was er niet bij.
Hij was ook niet in de voorhof. Rosemund stond bij de poort te wachten.
‘Wat doe jij hier in de kou?’ vroeg Kivrin.
‘Ik wacht op mijn vader,’ zei Rosemund. ‘Gawyn zei dat hij vannacht zou komen.’
‘Heb je Gawyn gezien?’
‘Ja. Hij is in de stal.’
Kivrin keek gespannen om. ‘Het is te koud om hier te wachten. Ga maar naar binnen, je merkt het vanzelf als je vader komt.’
‘Nee, ik wil hier wachten,’ zei Rosemund. ‘Hij heeft beloofd dat hij met Kerstmis bij ons zou zijn.’ Haar stem trilde een beetje.
Kivrin hief haar lantaren. Rosemund huilde niet, maar haar wangen waren rood. Misschien hield het meisje zich verborgen voor heer Bloet, of anders hadden de monnik of de dronken klerk haar schrik aangejaagd.
Kivrin pakte Rosemund bij de arm. ‘Je kunt net zo goed in de keuken wachten, daar is het tenminste warm.’
Rosemund knikte. ‘Mijn vader heeft het nog zo beloofd.’
Om wat te doen? dacht Kivrin. Om de gezant de deur te wijzen? Of om Rosemunds verloving met heer Bloet te verbreken? Guillaume kon het zich niet veroorloven zijn woord te breken en heer Bloet met zijn machtige vrienden voor het hoofd te stoten.
Kivrin nam Rosemund mee naar de keuken en liet Maisry een beker warme wijn voor het meisje klaarmaken. ‘Ik zal Gawyn zeggen dat hij je meteen moet halen als je vader er is,’ zei ze. Ze ging naar de stal, maar kon Gawyn nergens ontdekken.
Kivrin ging terug naar het huis. Misschien had Imeyne hem weer op een of andere opdracht uitgestuurd. Maar Imeyne zat indringend te praten tegen de met grote tegenzin luisterende gezant en Gawyn was bij het vuur in gesprek met de mannen van heer Bloet, inclusief de twee die uit het privaat waren gekomen. Heer Bloet zelf zat bij zijn schoonzuster en Eliwys.
Kivrin ging op het bedelaarsbankje bij de tussenmuur zitten. Ze kon onmogelijk ongemerkt in de buurt van Gawyn komen, laat staan hem naar de open plek in het bos vragen.
‘Geef terug!’ riep Agnes, die met de andere kinderen bij de trap aan het spelen was. De jongetjes gaven Blackie aan elkaar door, aaiden hem over zijn kop of trokken aan zijn oren. Agnes was zeker naar de stal gegaan om haar hondje te halen toen Kivrin in de schuur was.
‘Hij is van mij!’ Agnes probeerde Blackie te pakken, maar een van de jongetjes hield hem bij haar vandaan. ‘Geef terug!’
Kivrin ging staan.
‘In het bos trof ik een maagd aan,’ zei Gawyn luid. ‘Ze was door struikrovers overvallen en met een zware hoofdwond achtergelaten.’
Kivrin keek aarzelend naar Agnes, die het jongetje tegen zijn arm stompte, en ging weer zitten.
‘Ik vroeg haar wie haar had belaagd,’ zei Gawyn, ‘maar door haar kwetsuren was ze stom geworden.’
Agnes kreeg Blackie te pakken en drukte hem tegen zich aan. Kivrin had het arme beest moeten gaan redden, maar ze bleef waar ze was en keek langs de kap van Yvolde naar Gawyn. Vertel ze waar je me hebt gevonden, dacht ze vurig. Vertel ze waar de open plek was.
‘Ik zei dat ik haar dienaar was en dat ik haar niet in die toestand kon achterlaten,’ vervolgde hij, naar Eliwys kijkend, ‘maar ze was wat hersteld en smeekte mij haar belagers te vinden.’
Eliwys stond op en ging naar de deur. Ze wierp een bezorgde blik naar buiten en ging weer terug naar haar plaats.
‘Nee!’ gilde Agnes. Een van de roodharige neefjes van heer Bloet had Blackie van haar afgepakt en hield hem met één hand boven zijn hoofd. Hij zou het arme hondje nog doodknijpen als Kivrin niet snel iets deed. Bovendien had het geen zin naar Gawyns verhaal over de Maagd in het Woud te blijven luisteren, want dat was overduidelijk alleen maar bedoeld om indruk op Eliwys te maken. Ze ging naar de kinderen toe.
‘De rovers waren nog niet lang verdwenen,’ zei Gawyn. ‘Ik vond zonder moeite hun spoor en zette mijn paard aan.’
Blackie begon deerniswekkend te janken toen hij bij zijn voorpoten werd gepakt en heen en weer werd geslingerd.
‘Kivrin!’ Agnes zag haar komen en klemde zich aan haar vast. Het jongetje gaf Blackie meteen aan Kivrin en deinsde terug, terwijl de andere kinderen een veilig heenkomen zochten.
‘Je hebt Blackie gered!’ Agnes stak haar handen uit naar het hondje.
Kivrin schudde haar hoofd. ‘Het is bedtijd,’ zei ze.
‘Ik ben helemaal niet moe!’ jammerde Agnes op een toon die het tegendeel bewees. Ze wreef over haar ogen.
Kivrin ging op haar hurken zitten. ‘Blackie is wel moe,’ zei ze, ‘en hij gaat pas slapen als jij bij hem blijft.’
Daar leek het meisje wel iets in te zien. Voordat ze iets kon tegenwerpen stopte Kivrin haar het hondje als een baby in de armen, tilde ze allebei op en ging op weg naar de deur. ‘Blackie wil dat je hem een verhaaltje vertelt.’
‘Weldra bevond ik me in een donker woud,’ zei Gawyn, ‘een oord dat ik niet kende.’
Kivrin droeg Agnes en Blackie over de voorhof. ‘Blackie houdt van verhaaltjes over katten,’ zei Agnes, die haar hond in haar armen wiegde.
‘Vertel hem dan maar over een kat,’ zei Kivrin. In de schuur nam ze Blackie over terwijl Agnes de ladder naar de hooizolder beklom. Het hondje was al in slaap gevallen, uitgeput van al het gesol. Kivrin legde hem in het stro naast het veldbed.
‘Over een stoute kat,’ zei Agnes, die Blackie weer in haar armen nam. ‘Ik ga niet slapen. Ik blijf alleen maar even bij Blackie, dus ik hoef mijn kleren niet uit te doen.’
‘Nee, dat hoeft niet,’ zei Kivrin. Ze legde een zware bontdeken over Agnes en Blackie heen. Het was te koud in de schuur om je uit te kleden.
‘Blackie wil mijn bel hebben.’ Agnes probeerde het lint over Blackies kop te schuiven.
‘Nee, niet waar,’ zei Kivrin. Ze nam de bel in beslag legde een tweede deken over ze heen, waarna ze naast het meisje ging liggen. Agnes drukte haar kleine lichaam tegen haar aan.
‘Er was eens een stoute kat,’ zei Agnes geeuwend. ‘Haar vader zei dat ze niet naar het bos mocht gaan, maar ze luisterde niet naar hem.’ Ze vocht dapper tegen haar slaap, wreef in haar ogen en verzon avonturen voor de stoute kat, maar tenslotte werd ze overmand door het donker en door de warmte van de zware dekens.
Kivrin bleef liggen tot ze Agnes rustig en gelijkmatig hoorde ademhalen, daarna pakte ze Blackie voorzichtig op en legde hem op het stro.
Agnes bewoog in haar slaap. Kivrin sloeg haar armen om het meisje heen. Eigenlijk moest ze naar beneden gaan om Gawyn te zoeken. Het rendez-vous was al binnen een week.
Agnes schoof tegen haar aan, haar haar tegen Kivrins wang.
Hoe kan ik jou in de steek laten? dacht Kivrin. En Rosemund, en Vader Roche? En ze viel in slaap.
Het was bijna dag toen ze wakker werd. Rosemund was aan de andere kant naast Agnes gaan liggen. Kivrin stond op, klom stil naar beneden en liep over de grijze voorhof. Ze was bang dat ze de ochtendmis had verzuimd, maar in de grote zaal was Gawyn nog met het relaas over zijn heldendaden bezig en de gezant van de bisschop zat nog steeds op de ereplaats naar vrouwe Imeyne te luisteren.
De monnik zat in een hoek met een arm om Maisry, maar de schrijver was nergens te zien. Die was zeker naar bed gebracht.
Ook de kinderen waren verdwenen, net als enkele van de vrouwen. Yvolde en de schoonzuster uit Dorset waren niet meer in de zaal.
‘“Halt, schavuit!” riep ik,’ zei Gawyn. ‘“Verweer u als een man!”’ Kivrin dacht dat hij net zo goed aan de avonturen van Sir Lancelot kon zijn begonnen. Het maakte trouwens weinig uit, want op Eliwys kon hij geen indruk meer maken, zij was niet meer in de zaal. Ook de rest van zijn gehoor toonde weinig belangstelling. Twee mannen zaten lusteloos op een bank te dobbelen en heer Bloet zat te slapen met zijn kin op zijn massieve borst.